ECLI:NL:HR:2019:1201

ECLI:NL:HR:2019:1201, Hoge Raad, 19-07-2019, 17/01041

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 19-07-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/01041
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Prejudiciële beslissing
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2017:723
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
20 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0002221 BWBR0002320 BWBR0002471 BWBR0004613 BWBR0010182 BWBR0018450 BWBR0020809 CELEX:31971R1408 CELEX:31991R2195 CELEX:32004R0833 CELEX:32004R0883 CELEX:32008R0592 CELEX:32009R0987 EU:31971R1408 EU:31991R2195 EU:32004R0833 EU:32004R0883 EU:32008R0592 EU:32009R0987

Samenvatting

Sociale zekerheid. Premie volksverzekeringen. Art. 11, lid 3, onderdeel e, Verordening 883/2004. Prejudiciële vragen van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Arrest HvJ EU. De Letse socialezekerheidswetgeving is van toepassing op een Let die in Letland woont en buiten de EU werkt voor een Nederlandse werkgever op een zeeschip onder de vlag van de Bahama’s.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 17/01041 bis

Datum 19 juli 2019

Prejudiciële beslissing

in de zaak van

[X] te [Z] , Letland (hierna: belanghebbende)

tegen

de INSPECTEUR VAN DE BELASTINGDIENST (hierna: de Inspecteur),

waarin de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de Rechtbank) bij uitspraak van 20 april 2017, nr. BRE 16/1532, op de voet van artikel 27ga van de AWR vragen aan de Hoge Raad heeft voorgelegd ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing.

1. Het procesverloop bij de Hoge Raad

De Rechtbank heeft bij uitspraak van 20 april 2017 de volgende vragen aan de Hoge Raad voorgelegd:

“1. De wetgeving van welke lidstaat wordt door de Verordening (nr. 883/2004) aangewezen voor de periode waarin belanghebbende in dienst is van een in Nederland gevestigde werkgever in de onderhavige situatie waarbij het gaat om een belanghebbende die (a) in Letland woont, (b) de Letse nationaliteit heeft, (c) in dienst is van een in Nederland gevestigde werkgever, (d) als zeevarende werkzaam is, (e) zijn arbeid verricht aan boord van een zeeschip dat vaart onder de vlag van de Bahama’s, en (f) deze werkzaamheden verricht buiten het grondgebied van de Europese Unie?

2. Indien uit het antwoord op vraag 1 volgt dat in beginsel de wetgeving van Letland wordt aangewezen, dient dan te worden onderzocht of de wetgeving in Letland voorziet in aansluiting van een persoon in de situatie zoals die van belanghebbende bij enig stelsel van sociale zekerheid voor de bij vraag 1 bedoelde periode?”

Voor een overzicht van het procesverloop bij de Hoge Raad tot aan de door de Hoge Raad in deze zaak gegeven beslissing van 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2681, wordt verwezen naar deze beslissing, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft verzocht uitspraak te doen over de in die beslissing geformuleerde vraag.

Bij arrest van 8 mei 2019, C-631/17, ECLI:EU:C:2019:381, heeft het Hof van Justitie, uitspraak doende op die vraag, voor recht verklaard:

“Artikel 11, lid 3, onder e), van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 465/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012, moet aldus worden uitgelegd dat een situatie als aan de orde in het hoofdgeding, waarin een persoon zijn woonplaats in zijn lidstaat van herkomst heeft behouden terwijl hij als zeevarende werkzaam is voor een in een andere lidstaat gevestigde werkgever, op een schip dat buiten het grondgebied van de Europese Unie en onder de vlag van een derde land vaart, binnen de werkingssfeer van die bepaling valt, waardoor de toepasselijke nationale wetgeving die van de lidstaat van de woonplaats van die persoon is.”

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op dit arrest. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris van Financiën heeft schriftelijk gereageerd.

2. Nadere beoordeling van de prejudiciële vragen van de Rechtbank

Gelet op het hiervoor in onderdeel 1.3 vermelde arrest van het Hof van Justitie moet vraag 1 als volgt worden beantwoord. Op grond van artikel 11, lid 3, onderdeel e), van Verordening 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelstels (hierna: Verordening 883/2004) is de wetgeving van het woonland (Letland) van toepassing op een belanghebbende die in Letland woont, de Letse nationaliteit heeft, in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever als zeevarende werkzaam is op een zeeschip dat onder de vlag van de Bahama’s vaart, en zijn werkzaamheden aan boord van dat schip verricht buiten het grondgebied van de Europese Unie.

Gelet op het in deze zaak gewezen arrest van de Hoge Raad van 27 oktober 2017 (rechtsoverweging 5.10) en mede gelet op het in onderdeel 1.3 vermelde arrest van het Hof van Justitie (punten 43 tot en met 46) moet op vraag 2 worden geantwoord dat als gevolg van de aanwijzing door Verordening 883/2004 van de Letse nationale wetgeving als toepasselijke wetgeving niet hoeft te worden onderzocht of deze wetgeving voor een persoon in een situatie als die van belanghebbende voorziet in aansluiting bij enig stelsel van sociale zekerheid.

3. Proceskosten

Door de Rechtbank zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van de onderhavige prejudiciële procedure een vergoeding dient te worden toegekend.

4. Beslissing

De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen op de wijze als hiervoor in 2.1 en 2.2 is vermeld.

Deze beslissing is gegeven door de president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra, J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019.

De voorzitter is verhinderd het arrest te ondertekenen. In verband daarmee is deze beslissing ondertekend door mr. M.A. Fierstra.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.A. Fierstra. De

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2019/1702 V-N 2019/35.11 NLF 2019/1860 met annotatie van Heidi Bröker BNB 2019/138 RSV 2019/246 met annotatie van M.C.F.M. Mollee RSV 2019/265 NTFR 2019/1910 met annotatie van mr. A.H.W. Steijn FutD 2019-1920 Viditax (FutD) 2019071905
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?