2 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/02796
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 april 2017, nummer 20/000349-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.G.J. de Rooij, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 ten laste gelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat het onder 1 en onder 2 bewezenverklaarde niet toereikend is gemotiveerd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard:
- onder 1 dat:
"hij op 23 april 2013 te Geldrop, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden van amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, te weten:
- een hoeveelheid BMK (BenzylMethylKeton), en
- een glazen koppelstuk voor een destilleeropstelling, en
- een koppelstuk voor een mutaangas-aansluiting en
- meerdere jerrycans, en
- een gasmasker, en
- documentatie met informatie over productie van amfetamine, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit."
- onder 2 dat:
"hij op 23 april 2013 te Geldrop, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid hennep en hasjiesj, zijnde hennep en hasjiesj middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II."
Op de gronden zoals vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal faalt het middel voor zover het klaagt over de motivering van het onder 1 bewezenverklaarde en is het gegrond voor zover het klaagt over de motivering van het onder 2 bewezenverklaarde.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2019.