ECLI:NL:HR:2019:592

ECLI:NL:HR:2019:592, Hoge Raad, 12-04-2019, 18/02704

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 12-04-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/02704
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2019:348
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001860

Samenvatting

Procesrecht. Vervolg op HR 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:36. Niet voldaan aan door de Hoge Raad bevolen zekerheidstelling voor de proceskosten in cassatie. Niet-ontvankelijkheid.

Uitspraak

12 april 2019

Eerste Kamer

18/02704

TT/ABG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoekster] ,wonende te [woonplaats] , Verenigde Arabische Emiraten,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. J. van Weerden,

t e g e n

Pieter Rudolf DEKKER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] ,kantoorhoudende te Rosmalen,

VERWEERDER in cassatie,

advocaten: mr. A.C. van Schaick en

mr. N.E. Groeneveld-Tijssens.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en de curator.

1. Het verdere verloop van het geding in cassatie

Voor het verloop van het geding in cassatie tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn tussenarrest van 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:36.

De curator en [verzoekster] hebben ieder een akte na tussenarrest genomen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman van 20 februari 2019 strekt tot niet-ontvankelijkheid van [verzoekster] in haar cassatieberoep.

De advocaat van [verzoekster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2. Verdere beoordeling in het incident en in de hoofdzaak

In zijn hiervoor in 1 genoemde tussenarrest heeft de Hoge Raad in het incident onder meer bevolen dat [verzoekster] ten behoeve van de curator zekerheid stelt voor een bedrag van € 3.500,-- ter zake van de proceskosten waartoe [verzoekster] in de procedure in cassatie veroordeeld zou kunnen worden. De Hoge Raad heeft bepaald dat de zekerheid moest zijn gesteld uiterlijk op 8 februari 2019 op straffe van niet-ontvankelijkheid van [verzoekster] in haar cassatieberoep.

De curator heeft in zijn akte na tussenarrest verzocht [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren op de grond dat zij geen zekerheid heeft gesteld.

[verzoekster] heeft in haar akte na tussenarrest bevestigd dat de door de Hoge Raad bevolen zekerheid niet is gesteld.

Nu vaststaat dat [verzoekster] geen zekerheid heeft gesteld, dient zij niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar cassatieberoep.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

in de hoofdzaak:

verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep;

veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 april 2019.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2019/497
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?