2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Proceskosten in cassatie
Lilly maakt aanspraak op vergoeding van haar kosten met toepassing van art. 1019h Rv. Zij heeft die kosten begroot op € 205.215,--. Fresenius maakt daartegen bezwaar op de grond dat zij de gevorderde vergoeding excessief acht, gelet op het aantal volgens de opgave van Lilly door haar advocaten aan de schriftelijke toelichting bestede uren en verzoekt om matiging van dat bedrag tot het beloop van haar eigen vordering (€ 134.323,20).
De Hoge Raad ziet aanleiding het als redelijk en evenredig aan Lilly toe te schatten bedrag aan proceskosten te bepalen op € 140.000,--.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 12 juni 2020.