HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/03454 B
Datum 29 september 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 18 juli 2019, nummer RK 19/4631, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank de klager ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beklag.
De rechtbank heeft de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen:
“De procedure
Uit het politiedossier blijkt dat op 13 maart 2019 in beslag is genomen een Mercedes A180 met Bulgaars kenteken [kenteken]. Klager was bestuurder van deze auto.
Op 22 mei 2019 is bij deze rechtbank binnengekomen het klaagschrift van klager ingevolge artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, welk klaagschrift betrekking heeft op de in beslag genomen auto en op verschillende goederen die zich in de auto zouden bevinden, te weten start- en sleepkabels, boodschappen, spullen van de Action, spullen van klagers kinderen en een compressor.
Het onderzoek in raadkamer
(...)
De raadkamer deelt mee dat er twee aanvullende processen-verbaal van politie zijn binnengekomen, waaruit blijkt dat de Mercedes, met de zich daarin bevindende goederen, door tussenkomst van bureau “Sirene”, reeds is teruggegeven aan de rechthebbende, zijnde een in Bulgarije gevestigd autobedrijf [A].
Het standpunt van klager
In het klaagschrift heeft klager zich op het standpunt gesteld dat de onder klager inbeslaggenomen goederen aan hem moeten worden geretourneerd. Daartoe is, kort samengevat, aangevoerd dat klager rechthebbende van de auto en de zich daarin bevindende goederen is. De goederen heeft klager niet door enig strafbaar feit verkregen of onttrokken aan de rechthebbende. Klager wordt bezwaard door de inbeslagneming en het voortduren daarvan, nu hij niet vrijelijk over de goederen kan beschikken. Naar het oordeel van klager verzet het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave, nu immers de desbetreffende strafzaak tegen hem is geseponeerd.
Ter zitting heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de raadkamer.
(…)
De beoordeling
(...)
Uit de aanvullende processen-verbaal is komen vast te staan dat de Mercedes, met de zich daarin bevindende goederen, door tussenkomst van bureau “Sirene”, is teruggegeven aan de rechthebbende, zijnde een in Bulgarije gevestigd autobedrijf. Ingevolge artikel 134, lid 2, Sv wordt het beslag beëindigd doordat het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven. Door de teruggave van de auto is het beslag derhalve beëindigd. Nu er geen beslag meer ligt, dient klager niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn klaagschrift. Dit geldt ook voor de goederen die zich volgens klager in de auto bevonden.”
In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat geen toepassing is gegeven aan artikel 116 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Onder deze omstandigheden moet het ervoor worden gehouden dat het beklag het rechtskarakter heeft van een beklag omtrent het voornemen van de officier van justitie om in afwijking van de hoofdregel van artikel 116 Sv het inbeslaggenomen voorwerp aan een ander dan de beslagene (klager) te doen teruggeven, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden (vgl. HR 30 januari 1996, ECLI:NL:HR:1996:AD2480).
Gelet op hetgeen onder 2.2 is weergegeven heeft de rechtbank het voorgaande miskend. Het cassatiemiddel is gegrond.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2020.