ECLI:NL:HR:2020:177

ECLI:NL:HR:2020:177, Hoge Raad, 04-02-2020, 19/03632

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 04-02-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/03632
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2019:1427
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 18 zaken
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op gegevensdragers onder kla(a)g(st)er(s) i.v.m. onderzoek naar OMG Caloh Wagoh, art. 552a Sv. Het oordeel van de Rb dat het belang van de kla(a)g(st)er(s) bij teruggave van in de beschikking van de Rb vermelde gegevensdragers “thans, na een half jaar”, zwaarder moet wegen dan het belang van Sv, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. HR merkt t.a.v. gelasten van de teruggave van de goederen “indien daarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen” op dat de wet geen “voorwaardelijke teruggave” kent. Is de rechter van oordeel dat het belang van Sv zich (nog) verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, dan dient hij het klaagschrift waarin de teruggave van die voorwerpen wordt verzocht ongegrond te verklaren. Is daarvan geen sprake, dan dient in de regel teruggave te worden gelast (vgl. ECLI:NL:HR:2019:1692). Samenhang met 9 andere beschikkingen. Volgt gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing naar de Rb.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03632

Datum 4 februari 2020

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 28 mei 2019, nummer RK 19/690, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend

door

[klaagster 10],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de klaagster.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de klaagster, M.R. Mantz, advocaat te ’s-Gravenhage, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking voor zover de rechtbank het beklag ten aanzien van bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen (voorwaardelijk) gegrond heeft verklaard en de teruggave daarvan heeft gelast per 28 juni 2019 en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank opdat de zaak in zoverre op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

De raadsman van de klaagster heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het oordeel van de rechtbank dat het belang van de klaagster bij teruggave van zeven in de beschikking van de rechtbank vermelde gegevensdragers “thans, na een half jaar”, zwaarder moet wegen dan het belang van strafvordering, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is.

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5.3.

Naar aanleiding van de gegrondverklaring door de rechtbank van het beklag ten aanzien van de hierboven genoemde goederen “per 28 juni 2019” en het gelasten van de teruggave daarvan aan de klaagster “indien daarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen” merkt de Hoge Raad nog het volgende op. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van een voorwaardelijke beslissing over strafvorderlijk inbeslaggenomen voorwerpen. Is de rechter van oordeel dat het belang van strafvordering zich (nog) verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, dan dient hij het klaagschrift waarin de teruggave van die voorwerpen wordt verzocht ongegrond te verklaren. Is daarvan geen sprake, dan dient in de regel teruggave te worden gelast (vgl. HR 12 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1692).

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank, maar uitsluitend voor zover betrekking hebbend op de zeven voorwerpen ten aanzien waarvan het beklag “per 28 juni 2019” gegrond is verklaard en waarvan de teruggave aan de klaagster is gelast “indien daarover op 28 juni 2019 door het OM nog geen beslissing is genomen”;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Midden-Nederland, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt behandeld en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2020.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2020-0038 RvdW 2020/248
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?