ECLI:NL:HR:2020:599

ECLI:NL:HR:2020:599, Hoge Raad, 03-04-2020, 18/05202

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 03-04-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/05202
Rechtsgebied Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2018:9282
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2019:1257
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 16 zaken
Aangehaald door 18 zaken
8 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0002221 BWBR0002761 BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0005291 BWBR0018450

Samenvatting

Procesrecht. Kort geding. Vordering verbod tot treffen conservatoire maatregelen, terwijl inmiddels vonnis in bodemprocedure is gewezen. Te hanteren maatstaf; afstemmingsregel; belangenafweging.

Uitspraak

2. Uitgangspunten en feiten

Deze uitspraak gaat over de vraag of en, zo ja hoe, een beslissing in kort geding ten aanzien van een verbod om conservatoire maatregelen te nemen moet worden afgestemd op de beslissing in de hoofdzaak.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Econocom en Intralot hebben in 2013 een overeenkomst gesloten over de sale & lease back van loterijapparatuur.

(ii) Tegen het einde van de looptijd is een geschil tussen partijen ontstaan over de duur van de overeenkomst. Intralot is na 42 maanden gestopt met het betalen van leasetermijnen en heeft de contractuele koopoptie uitgeoefend. Econocom meent dat haar nog een aantal maanden huur toekomt en dat zij eigenaar is gebleven van de geleasede apparatuur.

(iii) In een over het geschil gevoerde bodemprocedure heeft de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 11 april 2018 uitspraak gedaan. De rechtbank heeft onder meer voor recht verklaard dat Intralot haar betalingsverplichtingen uit de overeenkomst is nagekomen, dat Econocom uit hoofde van de overeenkomst niets meer van Intralot te vorderen heeft, dat de overeenkomst per 1 juli 2016 is geëindigd en dat Intralot met ingang van die datum de eigendom heeft van de apparatuur. Econocom heeft hoger beroep van dat vonnis ingesteld en heeft een voorlopig getuigenverhoor verzocht.

In dit kort geding heeft Intralot – onder meer – gevorderd dat het Econocom wordt verboden om conservatoire maatregelen te nemen.

De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 18 november 2016 – kort gezegd, en voor zover in cassatie van belang – Econocom verboden conservatoire maatregelen te nemen of voort te zetten ter verzekering van verhaal van betalingsverplichtingen uit de hiervoor in 2.2 onder (i) bedoelde overeenkomst.

Het hof heeft bij arrest van 23 oktober 2018 – dus nadat het hiervoor in 2.2 onder (iii) genoemde vonnis in de bodemprocedure was gewezen – het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd. Daaraan heeft het – voor zover in cassatie van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

Uitgangspunt is dat het hof zijn oordeel in beginsel moet afstemmen op het vonnis in de bodemzaak, en dat een uitzondering op dit uitgangspunt kan worden aanvaard als het vonnis van de bodemrechter klaarblijkelijk op een misslag berust en de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op een tegen dat vonnis aangewend rechtsmiddel niet kan worden afgewacht, alsook indien sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden dat moet worden aangenomen dat de bodemrechter, ingeval hij daarvan op de hoogte zou zijn geweest, tot een andere beslissing zou zijn gekomen. (rov. 5.1)

De beslissingen in het bodemvonnis vormen geen misslagen. (rov. 5.3) Een eventuele misslag in het vonnis is overigens niet voldoende om de afstemmingsregel opzij te zetten. Econocom heeft niet aangevoerd dat de zaak zodanig spoedeisend is dat het hoger beroep in de bodemzaak niet kan worden afgewacht. Evenmin heeft zij zich beroepen op een wijziging van omstandigheden sinds het fourneren van stukken in eerste aanleg, op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat de rechtbank, indien zij daarvan op de hoogte zou zijn geweest, tot een andere beslissing zou zijn gekomen. (rov. 5.5)

3. Beoordeling van het middel

Onderdeel 3 van het middel betoogt dat het hof heeft miskend dat een verbod tot het treffen van conservatoire maatregelen niet uitsluitend kan worden gebaseerd op de afstemmingsregel, maar dat hieraan een belangenafweging ten grondslag moet liggen, waarbij voor toewijzing van de vordering hoge eisen moeten worden gesteld.

De ‘afstemmingsregel’ is niet van toepassing indien de gevraagde voorziening strekt tot opheffing van een conservatoire maatregel of tot een verbod tot het treffen van een dergelijke maatregel, en de uitspraak van de bodemrechter over de vordering ter verzekering waarvan de conservatoire maatregel strekt, nog geen kracht van gewijsde heeft gekregen. In een zodanig geval dienen de belangen van partijen te worden afgewogen, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat een conservatoir beslag naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat voor een vooralsnog niet vaststaande vordering verhaal mogelijk zal zijn ingeval de vordering in de hoofdzaak wordt toegewezen, terwijl de beslaglegger bij (definitieve) afwijzing van de vordering in de hoofdzaak voor de door het beslag ontstane schade aansprakelijk is. De omstandigheid dat de rechter in de hoofdzaak reeds uitspraak heeft gedaan, dient hierbij te worden betrokken.

Uit het bestreden arrest blijkt niet dat het hof heeft onderkend dat het, in verband met het gevorderde verbod om conservatoire maatregelen te nemen, de hiervoor in 3.2 bedoelde belangenafweging moest maken. De klacht van het onderdeel is dus gegrond.

De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 oktober 2018;

- verwijst het geding naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing;

- veroordeelt Intralot in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Econocom begroot op € 956,18 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Intralot deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 3 april 2020.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2020/969 RvdW 2020/494 NJ 2020/151 RBP 2020/45 JOR 2020/186 met annotatie van Loesberg, E. JIN 2020/80 met annotatie van Janssen, M.A.J.G. JBPr 2020/63 met annotatie van Jongbloed, A.W.
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?