2. Uitgangspunten en feiten
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging op de voet van art. 6:4 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) te verlenen ten aanzien van betrokkene.
(ii) Bij het verzoekschrift zijn onder meer de bevindingen van de geneesheer-directeur en een medische verklaring gevoegd.
(iii) De medische verklaring is niet ondertekend.
(iv) In de bevindingen van de geneesheer-directeur is onder meer het volgende vermeld:
“De geneesheer-directeur heeft zich ervan vergewist dat de authenticiteit en de onafhankelijkheid van de medische verklaring is gewaarborgd middels ondertekening van deze bevindingen van de geneesheer-directeur.”
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking een zorgmachtiging verleend. De rechtbank heeft, voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen:
“Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat afwijzing van het verzoek bepleit, omdat niet is gebleken dat de medische verklaring is ondertekend door de onafhankelijke psychiater. De rechtbank overweegt het volgende. De Wvggz kent niet het vereiste dat de medische verklaring moet zijn voorzien van een handtekening van de psychiater die de verklaring heeft opgesteld. Toch zal voldoende duidelijk moeten zijn dat de verklaring afkomstig is van de daarin genoemde opsteller. De rechtbank begrijpt uit de bevindingen van de geneesheer-directeur (G-D) dat deze zich ervan heeft vergewist dat de medische verklaring afkomstig is van de psychiater [betrokkene 1], genoemd in die verklaring en dat deze psychiater onafhankelijk is zoals bedoeld in de Wvggz. Hoewel een ondertekende verklaring de voorkeur verdient, is de rechtbank van oordeel [dat] de hiervoor vermelde mededeling van de G-D voldoende waarborg biedt, zodat dit verweer wordt verworpen.”
3. Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat onjuist dan wel onbegrijpelijk is dat de rechtbank een zorgmachtiging heeft verleend, nu de medische verklaring waarop het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt gebaseerd, niet is ondertekend.
In zijn beschikking van 16 juli 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een medische verklaring die is opgesteld ten behoeve van het verzoek tot verlening van een machtiging in het kader van de Wvggz, moet worden ondertekend door de onafhankelijke psychiater die de verklaring heeft opgesteld.
In deze zaak staat vast dat de medische verklaring niet is ondertekend. Gelet hierop mocht de rechtbank niet op basis van deze medische verklaring een zorgmachtiging verlenen.
Het middel slaagt.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 24 februari 2021;
- wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 10 september 2021.