HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01470 B
Datum 11 oktober 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 19 januari 2021, nummer RK 20/1956, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft E.A. Blok, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van een One wheel Pint. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van het inbeslaggenomen voorwerp ongegrond verklaard.
Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat het openbaar ministerie op 14 juni 2022 teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de rechthebbende heeft bevolen en dat op 15 juni 2022 de teruggave is ‘geboekt’. Hieruit volgt dat het inbeslaggenomen voorwerp is teruggegeven aan de klager.
Artikel 134 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald;
(...)”
Hieruit volgt dat het beslag inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2022.