ECLI:NL:HR:2025:1443

ECLI:NL:HR:2025:1443, Hoge Raad, 30-09-2025, 24/00533

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 30-09-2025
Datum publicatie 30-09-2025
Zaaknummer 24/00533
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:550
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:1050
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0007823

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 3 mobiele telefoons onder klager t.z.v. verdenking van drugshandel en witwassen, waarna OM de teruggave van telefoons aan klager heeft gelast. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134.2.a Sv. 2. Afhandeling van beslag nadat last tot teruggave is gegeven. Mogelijke gevolgen aIs bericht dat telefoons konden worden afgehaald naar achterhaald adres is gestuurd en telefoons vervolgens zijn vernietigd omdat deze niet tijdig waren opgehaald. Ad 1. Uit door griffie HR ingewonnen inlichtingen blijkt dat OM inmiddels teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen aan klager heeft gelast. Hieruit volgt dat beslag inmiddels o.g.v. art. 134.2.a Sv is beëindigd. Daarom zal HR het cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. Ad 2. HR (overweging ten overvloede): Ook als beslag is beëindigd door bevel tot teruggave van betreffend voorwerp, moet bewaarder zorgvuldig met dat voorwerp omgaan en het nodige doen om dit bevel uit te voeren, bijvoorbeeld door zich in te spannen betrokkene op actueel adres te bereiken. Dat volgt ook uit nota van toelichting bij totstandkoming van art. 12 Besluit inbeslaggenomen voorwerpen, inhoudende dat uitgangspunt is dat van overheid voldoende inspanning mag worden verwacht om bekende rechthebbende (oorspronkelijk beslagene of iemand wiens recht op voorwerp evident aannemelijker werd geacht) op de hoogte te brengen dat voorwerp aan hem ter beschikking staat. Wordt niet aan deze zorgvuldigheideis voldaan dan kan betrokkene zich desgewenst wenden tot OM en zo nodig tot nationale ombudsman of civiele rechter. Klager n-o.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00533 B

Datum 30 september 2025

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 6 februari 2024, nummer RK 23/025805, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

hierna: de klager.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat K. Hoesenie bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft bij conclusie en aanvullende conclusie geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.

De raadsvrouw van de klager heeft schriftelijk op de conclusie en aanvullende conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep

Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van drie mobiele telefoons. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen voorwerpen ongegrond verklaard.

Uit door de griffie van de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen blijkt dat het openbaar ministerie inmiddels de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de klager heeft gelast.

Hieruit volgt dat het beslag inmiddels op grond van artikel 134 lid 2, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen.

Gelet op het voorgaande komt de Hoge Raad niet toe aan de bespreking van de klacht van het cassatiemiddel die ziet op de afhandeling van het beslag nadat een last tot teruggave was gegeven en die, kort gezegd, inhoudt dat het bericht dat de telefoons konden worden afgehaald naar een achterhaald adres is gestuurd en dat die telefoons vervolgens zijn vernietigd omdat deze niet tijdig waren opgehaald. De Hoge Raad merkt naar aanleiding van die klacht wel het volgende op. Ook als het beslag is beëindigd door een bevel tot teruggave van het betreffende voorwerp, moet de bewaarder zorgvuldig met dat voorwerp omgaan en het nodige doen om dit bevel uit te voeren, bijvoorbeeld door zich in te spannen de betrokkene op een actueel adres te bereiken. Dat volgt ook uit de nota van toelichting bij de totstandkoming van artikel 12 van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen, die onder meer inhoudt:

“Uitgangspunt is dat van de overheid voldoende inspanning mag worden verwacht om de bekende rechthebbende (de oorspronkelijk beslagene of iemand wiens recht op het voorwerp evident aannemelijker werd geacht) op de hoogte wordt gebracht dat het voorwerp aan hem ter beschikking staat.” (Staatsblad 1995, 699, p. 11.)

Wordt niet aan deze zorgvuldigheideis voldaan dan kan de betrokkene zich desgewenst wenden tot het openbaar ministerie, en zo nodig tot de nationale ombudsman of de civiele rechter.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2025-0293 RvdW 2025/1092
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?