HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02206 P
Datum 1 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2021, nummer 23-003779-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de betrokkene.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft W. Römelingh, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot de niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens artikel 449 in verbinding met artikel 450 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) wordt, voor zover hier van belang, beroep in cassatie ingesteld door een verklaring, af te leggen door degene die het rechtsmiddel aanwendt of een door hem daartoe gevolmachtigde, op de griffie van het gerecht door of bij hetwelk de beslissing is gegeven, van welke verklaring ingevolge artikel 451 Sv door de griffier een akte wordt opgemaakt. De mogelijkheid om door het afleggen van zo een verklaring een rechtsmiddel aan te wenden is gebonden aan de uren waarop de griffie van het gerecht ingevolge het daarop betrekking hebbende reglement geopend is of geopend behoort te zijn. Dit brengt mee dat een per fax of e-mail verzonden schriftelijke volmacht als bedoeld in artikel 450 Sv aan een griffiemedewerker tot het voor de verdachte of betrokkene aanwenden van een rechtsmiddel slechts dan kan worden aangemerkt als binnen de beroepstermijn ingediend, indien deze volmacht ter griffie is begonnen binnen te komen vóór sluiting van de griffie op de laatste dag van deze termijn. (Vgl. HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:231.)
Op de gronden die zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 en 5 moet worden aangenomen dat in het onderhavige geval de hiervoor bedoelde volmacht pas - op de laatste dag van de beroepstermijn - is begonnen binnen te komen nadat de griffie (om 17.00 uur) was gesloten. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2022.