ECLI:NL:HR:2022:334

ECLI:NL:HR:2022:334, Hoge Raad, 08-03-2022, 20/02380

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 08-03-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/02380
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2022:28
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2020:2911
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Diefstal met geweld, art. 312 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 36 maanden). Hof betrekt bij strafmotivering dat uit uittreksel justitiële documentatie blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van twee straatroven. Die vaststelling is niet begrijpelijk, omdat uittreksel waarnaar hof verwijst, daarvoor geen steun biedt. Het uittreksel bevat immers slechts één veroordeling voor een straatroof, omdat verdachte van de andere straatroof is vrijgesproken. Strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging t.a.v. strafoplegging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02380

Datum 8 maart 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 31 juli 2020, nummer 22-003427-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de strafmotivering.

De verdachte is wegens (kort gezegd) diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden. De strafoplegging is onder meer als volgt gemotiveerd:

“Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 2 juli 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren is veroordeeld voor het plegen van twee straatroven, en witwassen, bij welke eerstgenoemde feiten eveneens ten laste is gelegd dat gebruik is gemaakt van een vuurwapen, hetgeen het hof ambtshalve bekend is. Het voorgaande heeft de verdachte er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.”

Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 2 juli 2020. Dat uittreksel houdt, voor zover hier van belang, in dat de verdachte op 16 juni 2017 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaren voor feit 1, medeplegen van – kort gezegd – diefstal met geweld, en feit 3, medeplegen van witwassen, en dat de verdachte daarbij is vrijgesproken van feit 2, overtreding van de artikelen 310 en 312 lid 2, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht. Deze veroordeling is op 16 maart 2018 onherroepelijk geworden.

De vaststelling dat de verdachte eerder onherroepelijk tot een gevangenisstraf van twee jaren is veroordeeld voor onder meer het plegen van twee straatroven is niet begrijpelijk omdat het uittreksel waarnaar het hof verwijst, daarvoor geen steun biedt. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.

Het cassatiemiddel klaagt daarover terecht.

3. Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het eerste cassatiemiddel en het tweede cassatiemiddel niet nodig.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 maart 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2022-0053 RvdW 2022/310
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?