HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/00739
Datum 28 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 november 2020, nummer 20-003192-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
2. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend (uitgereikt).
De berechting in hoger beroep heeft bij verstek plaatsgevonden. De inhoud van de voor de beoordeling van het cassatiemiddel relevante stukken is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 12. Nu de verdachte in het kader van de tegen hem ingestelde strafvervolging een ander adres in België heeft opgegeven dan de adressen in België die hij eerder had opgegeven, moet dat meest recent opgegeven adres in België worden aangemerkt als het adres waarop de dagvaarding in hoger beroep moet worden betekend. (Vgl HR 8 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2547.)
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.
3. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2022.