ECLI:NL:HR:2023:1475

ECLI:NL:HR:2023:1475, Hoge Raad, 07-11-2023, 21/05236

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 07-11-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/05236
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2021:11582
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2023:800
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 17 zaken
Aangehaald door 4 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0005289 BWBR0009709

Samenvatting

Poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan penitentiair inrichtingswerker, art. 302.1 Sr. Laatste woord gegeven voorafgaand aan repliek en dupliek, art. 311.4 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt niet dat (nadat aan verdachte (en zijn raadsman) het recht was gelaten het laatst te spreken, AG daarna had gerepliceerd en raadsman vervolgens had gedupliceerd) aan verdachte opnieuw het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voorschrift dat in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/05236

Datum 7 november 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2021, nummer 21-005727-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M. Berndsen en K. Canatan, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 3 december 2021 houdt onder meer het volgende in:

β€œDe verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

(...)

Als raadsman van verdachte is mede ter terechtzitting aanwezig mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam.

(...)

De advocaat-generaal voert het woord, leest de vordering voor (...).

Deze vordering is aan het hof overgelegd.

De raadsman voert het woord tot verdediging en pleit daartoe overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota, welke aan dit proces-verbaal is gehecht en waarvan de inhoud geacht moet worden hier te zijn ingevoegd.

Aan de verdachte en de raadsman wordt het recht gelaten het laatst te spreken.

De advocaat-generaal repliceert.

De raadsman dupliceert.

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van het gerechtshof de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 17 december 2021 te 14:00 uur.

De verdachte deelt mede niet bij de uitspraak aanwezig te willen zijn.”

Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 3 december 2021 blijkt niet dat – nadat aan de verdachte (en zijn raadsman) het recht was gelaten het laatst te spreken, de advocaat-generaal daarna had gerepliceerd en de raadsman vervolgens had gedupliceerd – aan de verdachte opnieuw het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in artikel 311 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen.

Het cassatiemiddel slaagt.

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2023/2704 SR-Updates.nl 2023-0192 RvdW 2023/1102
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?