HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/00106
Datum 17 november 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
STICHTING AEGALITÉ,
gevestigd te Joure,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de stichting,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/19/129496 / HA ZA 20-4 van de rechtbank Noord-Nederland van 2 juni 2021 en 21 juli 2021;
b. de arresten in de zaak 200.299.559/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juni 2022 en 11 oktober 2022.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 11 oktober 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de stichting is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de stichting begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 17 november 2023.