ECLI:NL:HR:2023:1657

ECLI:NL:HR:2023:1657, Hoge Raad, 28-11-2023, 21/04001

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 28-11-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/04001
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2023:892
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001941 BWBR0006622

Samenvatting

Medeplegen verkopen (art. 2.B Opiumwet) en aanwezig hebben (art. 2.C Opiumwet) van cocaïne en heroïne, belediging van handhaver van gemeente (art. 266.1 jo. 267.2 Sr) en gevaar op weg veroorzaken tijdens achtervolging door politie (art. 5 WVW 1994). Herstelbeslissing en ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.3.b Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat cassatieberoep is ingesteld nadat hof (27 dagen na arrest) bij herstelbeslissing verbetering had aangebracht in strafmotivering van arrest door daarin overeenkomstig dictum voorwaardelijke ontzegging van bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen te wijzigen in onvoorwaardelijke OBM? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:1217 m.b.t. gevallen waarin en wijze waarop feitenrechter herstelbeslissing kan geven en mogelijkheid van controle door rechter in hoger beroep of in cassatie. Verdachte heeft zich op nadere tz. in h.b. laten verdedigen door daartoe uitdrukkelijk gemachtigde advocaat. Daarom had cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen 14 dagen na ‘s hofs einduitspraak van 25-8-2021. Beroep is echter pas ingesteld op 24-9-2021. Opvatting dat herstelbeslissing uitsluitend een verbetering van dictum mag betreffen, is te beperkt en daarmee onjuist. Feitenrechter heeft ook mogelijkheid om (eveneens in evidente gevallen) een in ander onderdeel van zijn uitspraak voorkomende kennelijke fout te verbeteren indien hij dat relevant acht, mede met het oog op juiste executie van uitspraak. Dictum houdt in dat verdachte voor bewezenverklaard feit (gevaar op weg veroorzaken) bevoegdheid motorrijtuigen te besturen wordt ontzegd voor 3 maanden. In dit dictum is niet opgenomen dat deze bijkomende straf of gedeelte daarvan (onder vermelding van proeftijd en daaraan verbonden voorwaarden) niet zal worden tenuitvoergelegd. Hieruit volgt dat strafmotivering een kennelijke fout bevatte die zich leende voor eenvoudig herstel, mede met het oog op juiste executie van uitspraak. Van herstelbeslissing waarop verdachte niet bedacht had hoeven te zijn, is daarbij geen sprake. Daarom is overschrijding van wettelijke termijn, waarbinnen beroep in cassatie tegen einduitspraak had moeten worden ingesteld, niet verontschuldigbaar. HR kan cassatieberoep v.zv. dat is gericht tegen bestreden uitspraak, niet in behandeling nemen. Cassatieberoep kan ook niet in behandeling worden genomen v.zv. dat is gericht tegen ‘s hofs herstelbeslissing. Tegen zo’n beslissing staat immers geen rechtsmiddel open. Verdachte n-o.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04001

Datum 28 november 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 augustus 2021, nummer 22-000667-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. Gonzalez Bos, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep is onder meer het volgende van belang:(i) het hof heeft op 25 augustus 2021 op tegenspraak uitspraak gedaan in deze zaak. Het hof heeft de verdachte onder meer veroordeeld voor overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (feit 4);

(ii) het dictum van het arrest van het hof houdt onder meer het volgende in:

“Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 4 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) maanden.

Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.”

(iii) de strafmotivering van het hof houdt ten aanzien van de voor feit 4 opgelegde ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen het volgende in:

“Daarnaast is het hof van oordeel dat ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde (...) en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.”

(iv) het hof heeft op 21 september 2021 een herstelbeslissing gegeven. Deze herstelbeslissing houdt het volgende in:

“HERSTELBESLISSING

van het in hoger beroep gewezen arrest van dit gerechtshof van 25 augustus 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:

(...)

Het hof heeft geconstateerd dat dit arrest een onmiddellijk kenbare fout bevat, die zich voor eenvoudig herstel leent (vgl. HR 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1478), te weten onder het kopje strafmotivering staat abusievelijk vermeld "en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur".

Dit moet zijn “en een geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur”.”

(v) de verdachte heeft op 24 september 2021 cassatieberoep doen instellen.

Bij een herstelbeslissing gaat het om een zelfstandige, niet in de wet verankerde en beperkte mogelijkheid voor de feitenrechter om een in zijn uitspraak voorkomende kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent te verbeteren. Dat brengt mee dat de feitenrechter slechts in evidente gevallen gebruik kan maken van de bevoegdheid het dictum te verbeteren, mede met het oog op de juiste executie van de uitspraak. Er is geen aanleiding in strafzaken de procespartijen in de gelegenheid te stellen zich over een voorgenomen verbetering uit te laten. Een herstelbeslissing moet worden gewezen door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten. De griffier moet er zorg voor dragen dat de herstelbeslissing wordt aangetekend op dan wel wordt gehecht aan het origineel van de uitspraak en per gewone brief ter kennis van de procespartijen wordt gebracht.

Met betrekking tot de mogelijkheid van controle door de rechter in hoger beroep of in cassatie is het volgende van belang. Tegen de herstelbeslissing (of de weigering daarvan) staat geen rechtsmiddel open. Een herstelbeslissing (of de weigering daarvan) heeft ook geen invloed op de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel tegen de (al dan niet herstelde) uitspraak. Als een herstelbeslissing wordt gegeven, kunnen zich wel bijzondere, de procespartij niet toe te rekenen omstandigheden voordoen die het overschrijden van de termijn voor het instellen van het rechtsmiddel tegen de (herstelde) uitspraak verontschuldigbaar doen zijn. Daaraan kan in het bijzonder worden gedacht in het geval dat een herstelbeslissing wordt genomen waarin de uitspraak wordt hersteld met een beslissing waarop de procespartij gelet op het hiervoor onder 2.2.1 geschetste kader niet bedacht had hoeven te zijn en de procespartij zo spoedig mogelijk na kennisgeving van die beslissing alsnog een rechtsmiddel tegen de (herstelde) uitspraak instelt. Als een herstelbeslissing betrekking heeft op een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in 2.2.1, brengt dat overigens mee dat de procespartij daarop wel bedacht had moeten zijn. (Vgl. HR 7 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1217.)

Volgens de stukken heeft de verdachte zich op de terechtzitting van het hof van 11 augustus 2021 op grond van artikel 279 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering laten verdedigen door een daartoe uitdrukkelijk gemachtigde advocaat. Daarom had het cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof van 25 augustus 2021. Het beroep is echter pas ingesteld op 24 september 2021.

Voor zover in de schriftuur wordt aangevoerd dat een herstelbeslissing uitsluitend een verbetering van het dictum mag betreffen, berust het op een te beperkte en daarmee onjuiste rechtsopvatting. De feitenrechter heeft ook de mogelijkheid om – eveneens in evidente gevallen – een in een ander onderdeel van zijn uitspraak voorkomende kennelijke fout, te verbeteren indien hij dat relevant acht, mede met het oog op de juiste executie van de uitspraak.

Het onder 2.1 weergegeven dictum houdt in dat de verdachte voor het onder 4 bewezenverklaarde feit de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen wordt ontzegd voor de duur van drie maanden. In dit dictum is niet opgenomen dat deze bijkomende straf of een gedeelte daarvan – onder vermelding van een proeftijd en van daaraan verbonden voorwaarden – niet zal worden tenuitvoergelegd. Hieruit volgt dat de onder 2.1 weergegeven strafmotivering een kennelijke fout bevatte die zich leende voor eenvoudig herstel, mede met het oog op de juiste executie van de uitspraak. Van een herstelbeslissing waarop de verdachte niet bedacht had hoeven te zijn, is daarbij niet sprake. Daarom is de Hoge Raad van oordeel dat de overschrijding van de wettelijke termijn waarbinnen het beroep in cassatie tegen de einduitspraak van 25 augustus 2021 had moeten worden ingesteld, niet verontschuldigbaar is. De Hoge Raad kan het cassatieberoep voor zover dat is gericht tegen de bestreden uitspraak, niet in behandeling nemen.

Het cassatieberoep kan ook niet in behandeling worden genomen voor zover dat is gericht tegen de herstelbeslissing van het hof. Tegen zo’n beslissing staat immers geen rechtsmiddel open.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2023/2897 RvdW 2023/1160 NJ 2023/366
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?