ECLI:NL:PHR:2023:892

ECLI:NL:PHR:2023:892, Parket bij de Hoge Raad, 10-10-2023, 21/04001

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 10-10-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/04001
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2023:1657
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 BWBR0006622

Samenvatting

Conclusie AG. Cassatieberoep tegen arrest en herstelbeslissing hof. Tegen herstelbeslissing staat geen beroep open.Overschrijding beroepstermijn niet verontschuldigbaar nu geen bijzondere, verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden gebleken zijn. Strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in cassatieberoep.

Uitspraak

Nummer21/04001

Zitting 10 oktober 2023

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte.

Inleiding

Procesgang

3. Alvorens ik overga tot de bespreking van het cassatieberoep geef ik eerst de procesgang weer.

4. Het hof heeft, na het arrest van 25 augustus 2021, op 21 september 2021 een herstelbeslissing gegeven waarin het ten aanzien van de strafmotivering van het bewezenverklaarde onder 4 als volgt heeft beslist:

“HERSTELBESLISSING

van het in hoger beroep gewezen arrest van dit gerechtshof van 25 augustus 2021 in de strafzaak tegen de verdachte […]

Het hof heeft geconstateerd dat dit arrest een onmiddellijk kenbare fout bevat, die zich voor eenvoudig herstel leent (vgl. HR 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2021:BW1478), te weten onder het kopje strafmotivering staat abusievelijk vermeld "en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur".

Dit moet zijn "en een geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur".

5. Op 24 september 2021 is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van 25 augustus 2021 en tegen de herstelbeslissing van 21 september 2021.

6. Op 16 juni 2023 is het cassatieberoep partieel ingetrokken, en wel uitsluitend voor zover het de beslissingen ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde betreft. Wat in zoverre resteert is het cassatieberoep tegen het arrest van 25 augustus 2021 ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde en tegen de herstelbeslissing van 21 september 2021.

De ontvankelijkheid van het cassatieberoep

7. Allereerst rijst de vraag of de verdachte ontvankelijk is in zijn cassatieberoep nu dit na het verstrijken van de beroepstermijn is ingesteld.

8. Gelet op de procesgang in deze zaak, is voor de beantwoording van die vraag het door de Hoge Raad ontwikkelde kader ten aanzien van herstelbeslissingen in het strafrecht van belang. Het geven van een herstelbeslissing betreft een zelfstandige, niet in de wet verankerde en beperkte mogelijkheid voor de feitenrechter om een in zijn uitspraak voorkomende kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent, te verbeteren. In de jurisprudentie van de Hoge Raad kan een aantal voorbeelden van “kennelijke fouten” gevonden worden die zich lenen voor een herstelbeslissing, bijvoorbeeld het geval waarbij sprake is van het verzuim om een werkstraf op te nemen in het dictum, of het geval waarin een volgens de wet te lange proeftijd aan een voorwaardelijke straf is verbonden en het geval waarbij in het kader van een vordering tenuitvoerlegging de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf was omgezet in een taakstraf en de vervangende hechtenis hoger was dan de oorspronkelijk opgelegde gevangenisstraf. Tegen een herstelbeslissing naar aanleiding van een evidente fout staat geen beroep open.

9. Daarnaast geldt dat een beslissing betreffende het herstel van een evidente fout geen invloed heeft op de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel in de strafzaak. De verdachte had daarop immers bedacht moeten zijn. Dit ligt anders als het gaat om een herstelbeslissing waarop de procespartij niet bedacht hoefde te zijn. In zo’n geval mag de procespartij, die had berust in de oorspronkelijke beslissing, alsnog beroep instellen tegen die eerdere [oorspronkelijke] beslissing en is de overschrijding van de termijn voor het aanwenden van het rechtsmiddel verontschuldigbaar mits het beroep zo spoedig mogelijk is ingesteld na kennisgeving van de herstelbeslissing.

10. Gelet op het voorgaande merk ik allereerst op dat de verdachte ten aanzien van het cassatieberoep voor zover dat zich richt tegen de herstelbeslissing van 21 september 2021, niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu tegen een herstelbeslissing immers geen rechtsmiddel openstaat.

11. De vraag die vervolgens rijst is of de verdachte al dan niet ontvankelijk is in het cassatieberoep voor zover dat zich richt op het arrest van 25 augustus 2021. Dit hangt, gelet op het hierboven weergegeven juridisch kader, af van de vraag of sprake is van een herstelbeslissing waarop de verdachte al dan niet bedacht hoefde te zijn.

12. Anders dan de steller van het middel meen ik dat de herstelbeslissing geen beslissing betreft waarop de verdachte niet bedacht hoefde te zijn. Ik neem ter onderbouwing van mijn stellingname allereerst de oorspronkelijke strafmotivering in overweging:

“[…]

Daarnaast is het hof van oordeel dat ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde een geheel voorwaardelijke hechtenis van na te melden duur en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.”

13. Daarnaast betrek ik hetgeen in het dictum is vermeld:

Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 4 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) maanden.

Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.”

14. Uit het bovenstaande blijkt dat het hof de strafmotivering ten aanzien van de ontzegging van de rijbevoegdheid middels de herstelbeslissing op één lijn heeft gebracht met het dictum, waarin immers niet is vermeld dat de rijontzegging niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, hetgeen bij de oplegging van een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid verwacht had mogen worden. Dit maakt dat sprake is van een kennelijke fout waarop de verdachte bedacht had moeten zijn. Deze fout leent zich voor eenvoudig herstel. Dat het hier gaat om een verbetering van de strafmotivering en niet van het dictum, doet hieraan niet af.

15. Nu geen bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden gebleken zijn, is de overschrijding van de beroepstermijn niet verontschuldigbaar. In cassatie dient derhalve ervan uit te worden gegaan dat het beroep in cassatie pas op 24 september 2021 en dus niet tijdig is ingesteld. Daarmee kom ik tot de conclusie dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep.

Slotsom

16. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?