HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03480
Datum 27 september 2024
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres] B.V.,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. [kleinkind 1],
wonende te [woonplaats],
2. [kleinkind 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [kleinkinderen 1 en 2],
advocaat: R.K. van der Brugge.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/17/177491 / HA ZA 21-43 van de rechtbank Noord-Nederland van 19 mei 2021 en 20 oktober 2021;
b. de arresten in de zaak 200.304.834/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 mei 2022, 31 januari 2023 en 6 juni 2023.
[eiseres] B.V. heeft tegen de arresten van het hof van 31 januari 2023 en 6 juni 2023 beroep in cassatie ingesteld.
[kleinkinderen 1 en 2] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [kleinkinderen 1 en 2] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] B.V. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] B.V. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [kleinkinderen 1 en 2] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.J.P. Lock en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 27 september 2024.