GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.304.834/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 177491)
arrest van 6 juni 2023
in de zaak van
1. [appellante] ,
wonende te [woonplaats1] ,
hierna: [appellante],
2. [appellant] ,
wonende te [woonplaats1] ,
hierna: [appellant],
appellanten,
bij de rechtbank: eisers,
advocaat: mr. W.R. Kamminga, die kantoor houdt te Oosterwolde,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidHandel- en Exploitatie Maatschappij voor Onroerende Goederen Bosma B.V.,
gevestigd te Heerenveen,
hierna: Bosma B.V.
geïntimeerde,
bij de rechtbank: gedaagde,
advocaat: mr. B. Cornelissen, die kantoor houdt te Utrecht.
1. Het verdere verloop van de procedure bij het hof
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 31 januari 2023 (hierna: het tussenarrest) hier over. In het tussenarrest heeft het hof de vorderingen van [appellante] en [appellant] toewijsbaar geoordeeld. Omdat door Bosma B.V. was gesteld dat de renteberekeningen over de vorderingen van [appellante] en [appellant] niet klopten en geen van partijen tot dan toe een deugdelijke berekening in het geding had gebracht, heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld om bij akte aan het hof elk hun eigen berekening over te leggen van de achterstallige rente over de vorderingen.
Naar aanleiding van het tussenarrest hebben beide partijen akten genomen.
Hierna is het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.
2. De verdere beoordeling
[appellante] en [appellant] hebben bij akte berekeningen in het geding gebracht, waarbij zij uitkomen op een bedrag van € 39.435,05 aan rente voor [appellante] en € 43.312,52 aan rente voor [appellant] , beide te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 31 maart 2020, althans vanaf de dag van de dagvaarding.
Bij antwoordakte is door Bosma B.V. de correctheid van beide bedragen niet (gemotiveerd) betwist. Het hof neemt deze bedragen dan ook over en zal Bosma B.V. tot betaling daarvan veroordelen. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van dagvaarding, omdat niet naar behoren is toegelicht waarom die al vanaf 31 maart 2020 zou zijn gaan lopen.
Bij antwoordakte is door Bosma B.V. voorts aan het hof verzocht terug te komen van eerdere beslissingen in het tussenarrest. Nog daargelaten dat het hof daarvoor geen termen aanwezig acht, moet de nadere stellingname van Bosma B.V., mede gelet op het doel waarvoor de aktewisseling door het hof was bevolen, in strijd worden geacht met de eisen van een goede procesorde. Het hof zal daarom geen acht slaan op de naar aanleiding van het tussenarrest door Bosma B.V. ingenomen (nieuwe) stellingen.
Wat verder nog door partijen is aangevoerd kan, gelet op het voorgaande, eveneens onbesproken blijven.
De slotsom: het hoger beroep slaagt
De conclusie van het voorgaande is dat het hoger beroep van [appellante] en [appellant] slaagt en dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd.
Bosma B.V. zal worden veroordeeld de onder 2.2. bedoelde rentebedragen aan [appellante] en [appellant] te voldoen. Ook zal Bosma B.V. worden veroordeeld de reeds door [appellante] en [appellant] betaalde proceskosten van de eerste aanleg aan hen terug te betalen. Omdat [appellante] en [appellant] niet hebben aangegeven dat Bosma B.V. daarvoor reeds eerder in verzuim is komen te verkeren, zal de wettelijke rente over de door [appellante] en [appellant] betaalde proceskosten worden toegewezen vanaf de datum van de appeldagvaarding.
Bosma B.V. zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten van beide instanties worden veroordeeld. Onder die kosten vallen ook de nakosten en de wettelijke rente daarover, zonder dat het hof deze kosten in het dictum hoeft te specificeren.
3. De beslissing
Het hof:
1. vernietigt het vonnis waarvan beroep;
2. veroordeelt Bosma B.V. tot betaling van een bedrag van € 43.312,52 aan rente voor [appellant] en van een bedrag van € 39.435,05 aan rente voor [appellante] , beide te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;
3. veroordeelt Bosma B.V. om aan [appellante] en [appellant] de door hen betaalde proceskosten van de eerste aanleg terug te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van de appeldagvaarding;
4. veroordeelt Bosma B.V. in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van [appellante] en [appellant] wat betreft de procedure bij de rechtbank vastgesteld op:- € 103,83 aan explootkosten,- € 952,- aan griffierecht,- € 2.228,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief (2 punten liquidatietarief x tarief IV € 1.114,- per punt)
en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op:
- € 124,21 aan explootkosten,- € 783,- aan griffierecht,- € 5.392,50 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief (2,5 punten liquidatietarief x tarief IV á € 2.157,- per punt);
5. bepaalt dat de onder 4. bepaalde proceskosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
6. verklaart de veroordelingen in dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
7. wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.S. Bakker, C. Koopman, en K.M. Makkinga en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
6 juni 2023.