ECLI:NL:HR:2024:1476

ECLI:NL:HR:2024:1476, Hoge Raad, 18-10-2024, 23/03850

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 18-10-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/03850
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2024:840
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2023:1559
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 3 zaken
8 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0005289 BWBR0005291 BWBR0007657 BWBR0010194 BWBR0020368 BWBR0020421

Samenvatting

Verbintenissenrecht. Financieel recht. Renteswaps. Klachten tegen oordeel hof dat bank zorgplicht niet heeft geschonden verworpen met toepassing van art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Art. 90 Rv. Partij die overweegt rechtsmiddel in te stellen heeft recht op proces-verbaal. Aan verzoek tot afgifte moet onverwijld worden voldaan.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/03850

Datum 18 oktober 2024

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiseres 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [eiseres 3] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERESSEN tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eiseressen],

advocaat: J.H.M. van Swaaij, aanvankelijk ook J.M. Moorman,

tegen

COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Rabobank,

advocaten: F.E. Vermeulen en B.L.F.M. Schim.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/13/663785 / HA ZA 19-334 van de rechtbank Amsterdam van 23 oktober 2019 en 13 mei 2020;

b. de arresten in de zaak 200.280.259/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 april 2021 en 4 juli 2023.

[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof van 4 juli 2023 beroep in cassatie ingesteld. Ook hebben [eiseressen] een aanvullende procesinleiding ingediend.

Rabobank heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Rabobank toegelicht door hun advocaat F.E. Vermeulen en mede door L.M. Münchow en T.A. van Polanen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van het middel

De klachten van de onderdelen 1 tot en met 8 van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

Onderdeel 9 klaagt dat het hof heeft miskend dat onverwijld moet worden voldaan aan een verzoek tot afgifte van een proces-verbaal door een advocaat die verklaart daaraan behoefte te hebben omdat wordt overwogen om een rechtsmiddel in te stellen. Ook deze klacht kan niet tot cassatie leiden (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.67). De klacht geeft wel aanleiding om het volgende te overwegen.

Art. 90 lid 1, aanhef en onder a, Rv bepaalt dat de rechter van de mondelinge behandeling proces-verbaal opmaakt indien hij dit ambtshalve of op verzoek van een partij die daarbij belang heeft, bepaalt. Art. 90 lid 6 Rv bepaalt dat de griffier zo spoedig mogelijk een afschrift van het proces-verbaal aan de eiser en de in het geding verschenen gedaagde verstrekt. Deze voorschriften strekken er onder meer toe dat een partij de inhoud van een proces-verbaal kan betrekken bij haar beslissing of, en zo ja op welke gronden, zij een rechtsmiddel zal instellen. Een partij die verzoekt om afgifte van een proces-verbaal omdat zij overweegt een rechtsmiddel in te stellen, moet geacht worden bij het opmaken van het proces-verbaal belang te hebben, en heeft er recht op dat het proces-verbaal zo spoedig mogelijk wordt verstrekt. Aan zo’n verzoek moet dan ook onverwijld worden voldaan.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 18 oktober 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2024/2144 BPR-Updates.nl 2024-0085 Burgerlijk procesrecht.nl BPR-2024-0085 RvdW 2024/970 NJ 2024/316 NTHR 2024/74, 237 RBP 2024/98 JBPr 2025/3 met annotatie van mr. dr. T. van Malssen
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?