ECLI:NL:HR:2024:1819

ECLI:NL:HR:2024:1819, Hoge Raad, 10-12-2024, 23/00830

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 10-12-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/00830
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2023:738
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2024:1197
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 1 zaken
9 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 BWBR0005289 BWBR0008804 BWBR0009709 BWBR0043990

Samenvatting

Liquidatie in Brunssum en Heerlen in 2015 door op nazomeravond met gestolen auto achtervolging in te zetten en personenauto van dichtbij veelvuldig met vuurwapens te beschieten, als gevolg waarvan bijrijder is overleden en bestuurder gewond is geraakt, waarna verdachte en medeverdachte vluchten naar België, vluchtauto in brand steken en hun weg vervolgen in ander voertuig. Medeplegen (poging tot) moord (art. 289 Sr), medeplegen opzetheling auto (art. 416.1.a Sr) en opzettelijk aanwezig hebben van 64,9 gram cocaïne (art. 2.C Opiumwet). Inzet Werken Onder Dekmantel-traject (art. 126j Sv). 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep (voorwaardelijk) gedane verzoeken tot horen van (ontlastende) getuigen. 2. Afwijzing van ttz. in h.b. gedaan verzoek tot gijzelen van getuige, art. 294.1 Sv. 3. Tallon-criterium, verbod op uitlokking. Verweer strekkende tot n-o verklaring OM in vervolging wegens schending Tallon-criterium bij pseudokoop, art. 126i.2 Sv. 4. Afwijzing van ttz. in h.b. voorwaardelijk gedaan verzoek tot horen van alle betrokken WOD-ers, begeleiders, teamleider en zaaks-OvJ. 5. Verweren strekkende tot n-o verklaring OM i.v.m. ontbreken van redelijk vermoeden van schuld t.t.v. verlenen van bevelen pseudokoop en stelselmatige informatie-inwinning (WOD-traject), en t.a.v. WOD-traject en daarmee behaalde onderzoeksresultaten. 6. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. onbetrouwbaarheid van door verbalisant afgelegde verklaringen, art. 359.2 Sv. 7. Post-Keskin. Gebruik voor bewijs van verklaringen van medeverdachte. Kon hof bij beoordeling betrouwbaarheid van verklaringen medeverdachte betrekken verklaringen die medeverdachte in eigen strafzaak heeft afgelegd, terwijl verklaringen niet in dossier van verdachte zijn gevoegd? 8. Bewijsklacht medeplegen opzetheling auto. Wist verdachte t.t.v. verwerven of voorhanden krijgen van voertuig dat auto van misdrijf afkomstig was? 9. Bewijsklacht opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne in tuin van verdachte. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00910.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00830

Datum 10 december 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 maart 2023, nummer 20-000423-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. van Schaik en H. Brentjes, beiden advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het eerste tot en met het tiende cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Beoordeling van het elfde cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 27 jaren.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 26 jaren en 7 maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2025/99
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?