HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03233
Datum 7 juni 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
1. [verzoeker 1],
wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,
2. [verzoeker 2],
wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,
3. [verzoeker 3],
wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: de Providence Commissarissen,
advocaten: J.W.M.K. Meijer en M.H.K. Jansen,
tegen
Wouter Johan Pieter JONGEPIER, in zijn hoedanigheid van curator in het
faillissement van Estro Groep B.V., Estro Services B.V. en Estro Kinderopvang B.V.,
kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.I. Kraaipoel,
en
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
5. [verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
6. [verweerder 6],
wonende te Duitsland,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.309.886/01 OK van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2023.
De Providence Commissarissen hebben tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft verzocht het beroep te verwerpen.
[verweerders] hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van de Providence Commissarissen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Providence Commissarissen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 7 juni 2024.