ECLI:NL:HR:2025:1010

ECLI:NL:HR:2025:1010, Hoge Raad, 01-07-2025, 22/03686

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 01-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/03686
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:443
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2022:2806
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0002320

Samenvatting

Feitelijk leiding geven aan opzettelijk onjuist en onvolledig doen van belastingaangiften, begaan door rechtspersoon (art. 69 AWR). Vrijspraak eerste aanleg. 1. Nemo tenetur-beginsel. Gebruik van (suppletie)aangiften (en daarna vergaard materiaal) en gebruik van verklaring van verdachte tijdens gesprek met Belastingdienst voor bewijs in strijd met nemo tenetur-beginsel? 2. Bewijsklachten en uitdrukkelijk onderbouwde standpunten m.b.t. betrouwbaarheid van getuige. 3. Niet beslist op beroep van raadsman op overschrijding van redelijke termijn in eerste aanleg. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: V.zv. middel als uitgangspunt neemt dat suppletieaangiften zelf of andere o.g.v. art. 10a AWR verstrekte informatie voor bewijs is gebruikt, mist het feitelijke grondslag. V.zv middel klaagt dat hetgeen is voortgevloeid uit onderzoek dat heeft plaatsgevonden o.g.v. suppletieaangiften en of andere o.g.v. art. 10a AWR verstrekte gegevens van bewijs moet worden uitgesloten faalt het eveneens. Uit vaststellingen hof volgt dat onderzoek is begonnen na nihilaangiften en dat onderzoek nog liep t.t.v. suppletieaangiften. Conclusie hof dat Belastingdienst “onvolkomenheden in eerdere aangiften voordat suppletieaangiften waren gedaan, al ‘op het spoor’ was”, is niet onbegrijpelijk. V.zv. middel klaagt over gebruik van verklaring van verdachte tijdens gesprek met Belastingdienst, faalt het nu aan verdachte voorafgaand aan gesprek cautie is verleend. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt klacht niet tot cassatie. CAG: Hoewel juist is dat bewijsmiddel 1 (tabel A) niet geheel correct in arrest is opgenomen, heeft verdachte geen belang bij cassatie, gelet op onmiskenbare inhoud van de in dossier bevindende tabel A. B.m. 2 bevat weergave van hetgeen verbalisant in dossier heeft waargenomen over gedane aangiften en over omzetbelasting die rechtspersoon daadwerkelijk verschuldigd was in bewezenverklaarde periode. Dat in dergelijk geval ook stukken waaraan verbalisant zijn kennis ontleent als b.m. in arrest hadden moeten worden opgenomen, vindt geen steun in recht. Verder heeft hof in voldoende mate gerespondeerd op ttz. gevoerd betrouwbaarheidsverweer. Ad 3. Gelet op wat raadsman heeft aangevoerd over overschrijding van redelijke termijn in e.a., had hof hierover gemotiveerde beslissing moeten nemen. HR doet zaak zelf af door opgelegde taakstraf van 240 uren (mede gelet op overschrijding van redelijke termijn in cassatie) met 40 uren te verminderen. CAG: anders t.a.v. overschrijding van redelijke termijn in e.a.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03686

Datum 1 juli 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 september 2022, nummer 23-000043-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het verweer dat het nemo tenetur-beginsel is geschonden.

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 en 4.

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer over (de motivering van) de bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde.

Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, faalt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 en 5.2 tot en met 5.6.

Het cassatiemiddel klaagt verder onder meer dat niet is beslist op het beroep op overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg dat namens de verdachte is gedaan.

Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte daar het woord gevoerd overeenkomstig de bij de stukken gevoegde pleitnota. Deze pleitnota houdt onder meer in:

“6. Enige opmerkingen over strafsoort en strafmaat

(...)6.3 Op grond van artikel 6 EVRM heeft iemand die strafrechtelijk wordt vervolgd, recht op berechting van zijn zaak binnen ‘een redelijke termijn’. Daarvan is volgens de vaste rechtspraak van de Hoge Raad sprake als een zaak binnen twee jaar in eerste aanleg is afgerond. Een belangrijk standaardarrest is Hoge Raad, 3 oktober 2000, NJ 2000, 721. De autoriteiten meenden zelf dat zij verdachten de cautie moesten verlenen op 11 oktober 2016. Dan is het niet meer dan gerechtvaardigd om uit te gaan van een criminal charge vanaf dat moment. Dan zijn we sindsdien bijna 5 jaar verder. Een (aanzienlijke) overschrijding van de redelijke termijn. Het is bovendien de keus van het OM te appelleren en cliënt nog langer in onzekerheid te laten verkeren.

Uw Hof zal een afweging moeten maken tussen enerzijds het belang van de verdachte en anderzijds het belang van de gemeenschap bij normhandhaving door berechting. Nu wil de verdediging niet zo ver gaan dat zulks moet leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, ik verzoek u wel met de lange termijn rekening te houden bij uw eventuele strafrechtelijke bejegening.”

Gelet op wat de raadsman heeft aangevoerd over de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg, had het hof hierover een gemotiveerde beslissing moeten nemen. Omdat zo’n beslissing in de uitspraak van het hof ontbreekt, is het cassatiemiddel terecht voorgesteld.

De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen. Aangenomen moet worden dat in eerste aanleg de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

De Hoge Raad heeft ook de verder in het cassatiemiddel aangevoerde klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het EVRM is overschreden. Ook dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;

- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 200 uren beloopt, subsidiair 100 dagen hechtenis;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2025/1443 NLF 2025/1569 RvdW 2025/851 V-N 2025/35.27.51
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?