HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01479
Datum 11 juli 2025
ARREST
In de zaak van
BALLAST NEDAM BOUW & ONTWIKKELING SPECIALE PROJECTEN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: BNB,
advocaat: P.A. Fruytier,
tegen
1. UNIBAIL-RODAMCO NEDERLAND WINKELS B.V.,
gevestigd te Haarlemmermeer,
2. URW NEDERLAND WINKELS 2 B.V.,
gevestigd te Haarlemmermeer,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: URW c.s.,
advocaten: R.R. Verkerk en T. van Tatenhove.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 681563 / HA ZA 20/331 van de rechtbank Amsterdam van 2 juni 2021;
b. het arrest in de zaak 200.299.745/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 januari 2024.
BNB heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
URW c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor URW c.s. toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van BNB heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt BNB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van URW c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien BNB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 11 juli 2025.