ECLI:NL:HR:2026:1189

ECLI:NL:HR:2026:1189

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 14-07-2026
Datum publicatie 03-07-2026
Zaaknummer 24/03896
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:492
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2024:2080

Samenvatting

Valsheid in geschrift, art. 225.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht opzet. Kan (voorwaardelijk) opzet op valselijk opmaken van formulier ‘Verklaring vermissing reisdocument/rijbewijs gemeente’ uit bewijsmiddelen worden afgeleid? 2. Strafmotivering (taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, voorwaardelijk). Blijken door hof in aanmerking genomen omstandigheden uit onderzoek ttz? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft o.b.v. zijn vaststellingen in zijn nadere bewijsoverwegingen niet onbegrijpelijk tot oordeel kunnen komen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijk opmaken van vals geschrift. Ad 2. Hof heeft in strafmotivering in nadeel van verdachte betrokken dat “verdachte op moment van begaan van feit was verkozen als gemeenteraadslid van betreffende gemeente en hij bovendien zelf als journalist kritisch schrijft over overheidshandelen”. P-v van tz. en stukken waarvan ttz. de korte inhoud is medegedeeld bieden echter onvoldoende aanknopingspunten voor die vaststellingen. Strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/03896

Datum 14 juli 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 22 oktober 2024, nummer 22-003406-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat G. Spong bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat het (voorwaardelijk) opzet op het valselijk opmaken van het formulier ‘Verklaring vermissing reisdocument/rijbewijs gemeente [...]’ niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.6 en onder 2.8 tot en met 2.12.

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de strafmotivering.

De verdachte is voor valsheid in geschrift veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De strafoplegging is als volgt gemotiveerd:

“Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft een formulier waarin opgave is gedaan van vermissing van zijn rijbewijs valselijk opgemaakt en daarvan gebruik gemaakt bij de gemeente. Zijn bedoeling hiermee was om snel en eenvoudig een nieuw rijbewijs te verkrijgen, terwijl correcte vermelding van de relevante omstandigheden dat waarschijnlijk zou hebben bemoeilijkt.

De verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat moet kunnen worden ontleend aan formulieren ter aanvraag van een door de overheid af te geven document. Instanties zoals de gemeente dienen er vanuit te kunnen gaan dat dit soort formulieren overeenkomstig de werkelijkheid worden ingevuld.

Nu de verdachte op het moment van het begaan van het feit was verkozen als gemeenteraadslid van de betreffende gemeente en hij bovendien zelf als journalist kritisch schrijft over overheidshandelen, had zeker van hem mogen worden verwacht dat hij integer zou hebben gehandeld. Dat hij dit heeft nagelaten, rekent het hof hem aan.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 25 september 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. Hij moet daarom als een zogenaamde “first-offender” worden aangemerkt.

Alles afwegende, en met name gelet op de persoon van de verdachte, is het hof van oordeel dat een geheel voorwaardelijke taakstraf, zoals geëist door de advocaat- generaal, onvoldoende recht doet aan de ernst van het bewezenverklaarde. Het hof acht een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie.”

Het hof heeft in de strafmotivering in het nadeel van de verdachte betrokken dat “de verdachte op het moment van het begaan van het feit was verkozen als gemeenteraadslid van de betreffende gemeente en hij bovendien zelf als journalist kritisch schrijft over overheidshandelen”. Het proces-verbaal van de terechtzitting en de stukken waarvan op de terechtzitting de korte inhoud is medegedeeld – waarvan de relevante onderdelen zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.3 – bieden echter onvoldoende aanknopingspunten voor die vaststellingen. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.

Het cassatiemiddel slaagt voor zover het hierover klaagt. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0270 RvdW 2026/920
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand