ECLI:NL:HR:2026:1506

ECLI:NL:HR:2026:1506

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer 24/02409
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:746
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2024:2043

Samenvatting

Diefstal d.m.v. braak van kassalade, art. 311.1.5 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Kon hof oordelen dat het verdachte was die inbraak heeft gepleegd? 2. Kon hof voor bewijs meewegen dat verdachte geen redelijke, redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven voor f&o die redengevend moeten worden geacht voor bewijs van tlgd. feit? 3. Kon hof bij bewijsvoering betrekken dat door politie onder aan trap aangetroffen fiets van verdachte was dan wel dat hij heeft bekend dat fiets van hem was? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft in zijn nadere bewijsoverwegingen acht geslagen op verweer van verdediging dat verdachte lichte schoenen aanhad, terwijl op camerabeelden uit winkelcentrum een persoon te zien is met zwarte schoenen. Hof heeft dit verweer terzijde geschoven, omdat kleuren kunnen verspringen op nachtbeelden. Dit feitelijke oordeel, dat tevens steun vindt in het voor bewijs gebruikte relaas van verbalisant omtrent beelden afkomstig van deurbelcamera, is niet onbegrijpelijk. Ad 2. Hof heeft niet onbegrijpelijk bij bewijsvoering betrokken dat verdachte geen voor redengevende f&o aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven, terwijl dit wel van hem mocht worden verwacht, in aanmerking genomen dat verdachte midden in de nacht kort na inbraak is aangetroffen op galerij (achter muurtje) in de buurt van gestolen kassalade en fiets (die qua signalement overeenkomt met fiets waarop dader met kassalade is gevlucht), terwijl ook uiterlijk signalement van verdachte overeenkomt met de op camerabeelden van winkelcentrum waargenomen dader van inbraak. Ad 3. Uit bewijsmiddelen volgt dat op camerabeelden uit winkelcentrum van dader van inbraak een persoon is te zien die wegfietst, terwijl er eerder man was komen aanfietsen op damesfiets. Over fiets die onder aan trap in nabijheid van verdachte is aangetroffen, kan o.b.v. b.m. worden gezegd dat dit grijze damesfiets betrof, terwijl uit ander b.m. blijkt dat verdachte grijze damesfiets heeft. Verder heeft hof uit (het voor bewijs gebruikte) p-v van verbalisant afgeleid dat onder aan trap aangetroffen fiets van verdachte is, omdat hij naar die fiets heeft gerefereerd als zijnde zijn fiets. Dat hof o.b.v. voorgaande heeft geconcludeerd dat fiets die in de buurt van verdachte is aangetroffen van verdachte is, is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02409

Datum 22 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 juni 2024, nummer 20-001608-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat G.J.P.M. Mooren bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot constatering dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste, het tweede en het vierde cassatiemiddel

De cassatiemiddelen klagen over (de motivering van) de bewezenverklaring.

De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.

3. Beoordeling van het derde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4. Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel en ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dit alles brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. In het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en taakstraf van zestig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand