ECLI:NL:HR:2026:50

ECLI:NL:HR:2026:50, Hoge Raad, 13-01-2026, 23/02844

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 13-01-2026
Datum publicatie 13-01-2026
Zaaknummer 23/02844
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:1065

Samenvatting

Medeplegen (poging tot) diefstal door middel van braak (meermalen gepleegd), art. 311.1 Sr. Strafoplegging (gevangenisstraf van 156 dagen en voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden), art. 57.1 Sr. Had hof o.g.v. art. 57.1 Sr 1 straf moeten opleggen? HR: Om redenen vermeld in CAG klaagt middel hierover terecht maar leidt het niet tot cassatie. CAG: Bewezenverklaarde levert meer dan 1 misdrijf op. Hof heeft daarvoor in strijd met art. 57.1 Sr i.p.v. 1 vrijheidsstraf 2 vrijheidsstraffen opgelegd, namelijk gevangenisstraf van 156 dagen met aftrek van voorarrest (dat volgens hof eveneens 156 dagen is) en gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren. Dit behoeft echter niet tot cassatie te leiden. In onderling verband en samenhang bezien blijkt uit ’s hofs overwegingen in strafmotivering en dictum onmiskenbaar dat hof heeft beoogd deels onvoorwaardelijke en deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarvan onvoorwaardelijk deel 156 dagen beloopt (gelijk aan duur van reeds ondergaan voorarrest) en voorwaardelijk deel 90 dagen met aftrek a.b.i. in art. 27.1 Sr. HR verstaat dat verdachte is veroordeeld tot gevangenisstraf van 246 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren en met aftrek overeenkomstig art. 27.1 Sr.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02844

Datum 13 januari 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 juli 2023, nummer 22-002301-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Simo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot het verstaan dat de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 246 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest als bedoeld in artikel 27 lid 1 Sr en verder tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het derde cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof in strijd met artikel 57 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) niet één straf heeft opgelegd.

Het cassatiemiddel klaagt hierover terecht, maar leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.2 tot en met 4.7. De Hoge Raad zal verstaan dat de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 246 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 lid 1 Sr.

3. Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 246 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

- verstaat dat de verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 246 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 lid 1 Sr;

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 239 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 lid 1 Sr beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?