HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02295
Datum 10 april 2026
ARREST
In de zaak van
MAMMOET SALVAGE B.V.,
gevestigd te Rotterdam ,
EISERES tot cassatie,
hierna: Mammoet ,
advocaat: R.L.M.M. Tan,
tegen
REPUBLIEK IRAK,
zetelende te Bagdad, Irak,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Irak,
advocaat: R.R. Verkerk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaken C/10/589261 / HA ZA 20-20 en C/10/590876 / HA ZA 20-137 van de rechtbank Rotterdam van 31 maart 2021;
b. het arrest in de zaak 200.295.785/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 maart 2023.
Mammoet heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Irak heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Irak mede door S.E. Berkhof.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van Mammoet heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Mammoet in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Irak begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 april 2026.