ECLI:NL:HR:2026:619

ECLI:NL:HR:2026:619

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 10-04-2026
Zaaknummer 24/02922
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:147

Samenvatting

Caribische zaak, strafrechtelijk onderzoek “Avestrus”. Actieve ambtelijke omkoping door gift te doen (geldbedrag) aan toenmalige minister teneinde erfpachtrechten op percelen te verkrijgen (art. 2:128.1.a SrA) in Aruba. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Bewijsminimum, art. 385.2 SvA (unus testis). Vinden verklaringen van getuige voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Bevatten voor bewijs gebruikte p-v’s ontoelaatbare gissing en/of conclusie van verbalisant? 3. Heeft hof uit verklaringen van getuige kunnen afleiden dat overdracht van geldbedrag aan echtgenote van minister heeft plaatsgevonden op 21-1-2016? 4. Betrouwbaarheid verklaringen van getuige. 5. Kon hof oordelen dat verdachte het oogmerk tot omkoping heeft gehad? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. ’s Hofs oordeel dat verklaringen van getuige voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, nu verklaringen hun bevestiging vinden in het voor bewijs gebruikte p-v van bevindingen onderzoek historische printgegevens en verklaring van echtgenote van minister en in bevindingen van landsrecherche. Van schending van art. 385.2 SvA is dan ook geen sprake. Ad 2. Hof mocht voor bewijs gebruik maken van vermoeden van verbalisant in p-v’s dat in woning van minister inbeslaggenomen telefoon in gebruik was bij diens vrouw, aangezien geen sprake is van ongeoorloofde gissing of conclusie. Desbetreffende passage in p-v’s kan aldus worden opgevat dat daarin gedachte is weergegeven die bij verbalisant opkwam naar aanleiding van de door hem gerelateerde waarnemingen. Bovendien gaat het om conclusie die hof tot de zijne heeft gemaakt. Ad 3. Hof heeft uit de voor bewijs gebruikte verklaringen van getuige en p-v van bevindingen kunnen afleiden dat overdracht van geldbedrag heeft plaatsgevonden op 21-1-2026. Dit feitelijke oordeel is niet onbegrijpelijk. Ad 4. ’s Hofs oordeel dat verklaringen van getuige betrouwbaar zijn omdat haar verklaringen consistent en gedetailleerd zijn en worden ondersteund door telefoongegevens, is in het licht van selectie- en waarderingsvrijheid van feitenrechter niet onbegrijpelijk. Hof heeft verweer toereikend gemotiveerd verworpen. Ad 5. Hof heeft geoordeeld dat (gelet op zijn vaststellingen in zijn nadere bewijsoverwegingen) wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de getuige naar woning van minister heeft gestuurd, waar zij envelop met geld aan echtgenote van minister heeft gegeven, terwijl zij die envelop ook heeft aangenomen, en dat dit geldbedrag is gegeven in ruil voor uitgeven van optie-/erfpachtrecht aan vennootschap van verdachte. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk, nu uit bewijsvoering kan worden afgeleid dat er sprake was van meer dan temporeel verband tussen verkoop van aandelen in vennootschap en betaling van geld aan minister. Gelet hierop kon hof oordelen dat verdachte het oogmerk tot omkoping heeft gehad, nu geldbedrag dat verdachte heeft laten bezorgen bij minister verband hield met afgifte van beschikking (met optierecht) en vervolgens met verkoop van aandelen. Volgt verwerping. Samenhang met 25/00078 C en 25/00080 C.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02922 C

Datum 14 april 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 juli 2024, nummer H-68/23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten W.H. Jebbink en D.W.E. Sternfeld bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het zesde, het zevende, het achtste en het negende cassatiemiddel

De cassatiemiddelen komen met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring van feit 3.

De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2, 2.3 en 8.1 tot en met 11.7.

3. Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?