HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01676 B
Datum 14 april 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 april 2025, nummer RK 25/007178, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat T. Roggenkamp bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd dat de bestreden beschikking wordt vernietigd en de Hoge Raad zal bepalen dat de officier van justitie de op 11 maart 2025 ingehouden rijbewijzen onverwijld teruggeeft aan de klager.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De rechtbank heeft bij beschikking van 9 april 2025 het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave van zijn rijbewijs (naar de Hoge Raad begrijpt: het rijbewijs met [nummer] ), ongegrond verklaard. Uit de door de griffie van de Hoge Raad ingewonnen inlichtingen, blijkt dat dit rijbewijs op 16 februari 2026 is teruggegeven aan de klager. Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank. Het beroep moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.