ECLI:NL:HR:2026:710

ECLI:NL:HR:2026:710

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer 23/04730
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:168

Samenvatting

Medeplegen diefstal, meermalen gepleegd (art. 311.1.4 Sr). Dubbel verstek. Hof heeft verdachte (Poolse nationaliteit) n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Kan akte van uitreiking worden aangemerkt als omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is a.b.i. art. 408.2 Sv, nu in akte van uitreiking enkel parketnummer van vonnis Pr, persoonsgegevens van verdachte en tussenkomst van tolk in Poolse taal zijn vermeld maar daaraan geen mededeling uitspraak is gehecht? Verdachte is in eerste aanleg bij verstek veroordeeld, inleidende dagvaarding en oproepingen voor nadere tz. in e.a. zijn niet in persoon aan hem uitgereikt, vonnis Pr is uitgesproken op 26-8-2016 en namens verdachte is op 3-3-2023 h.b. ingesteld. Bij stukken bevindt zich akte van uitreiking van 31-10-2018 waarin parketnummer van strafzaak in e.a., persoonsgegevens van verdachte en tussenkomst van tolk in Poolse taal zijn vermeld maar waaraan geen stuk is gehecht. HR herhaalt rel

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04730

Datum 21 april 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 november 2023, nummer 21-001142-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.S. de Gram bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het hoger beroep te laat is ingesteld en daarom niet-ontvankelijk is.

De stukken houden onder meer het volgende in. De verdachte is in eerste aanleg bij verstek veroordeeld door de politierechter. De inleidende dagvaarding en de oproepingen voor de nadere terechtzittingen zijn niet in persoon aan hem uitgereikt. Het vonnis van de politierechter is uitgesproken op 26 augustus 2016. Namens de verdachte is op 3 maart 2023 hoger beroep ingesteld. Verder bevindt zich bij de stukken een akte van uitreiking van 31 oktober 2018 waarin onder meer het parketnummer van de strafzaak in eerste aanleg en de persoonsgegevens van de verdachte zijn vermeld, maar waaraan geen stuk is gehecht. Deze akte houdt onder meer in:

“Datum: Omstreeks: 31-10-2018 21:45 uur

Uitgereikt door

Naam verbalisant/ (...)

Uitgereikt aan

naam: [verdachte]

voornaam: [verdachte]

geboortedatum: [geboortedatum]

geboorteplaats: [geboorteplaats]

adres: [a-straat 1]

woonplaats: [plaats]

parketnummer: 05-069267-15

Aldus op ambtsbelofte opgemaakt

De verbalisant/ De betrokkene

(handtekening) (handtekening)

Opmerkingen verbalisant/inrichtingsmedewerker:

(...)

- Betrokkene legitimeerde zich met [nummer] ID kaart Polen

(...)

Middels tolk Pools

tolknummer: [nummer] .”

Het hof heeft het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en daartoe overwogen:

“Verdachte is door de politierechter bij verstek veroordeeld tot een week gevangenisstraf. Op 31 oktober 2018 is de uitspraak aan verdachte in persoon uitgereikt, in het bijzijn van een tolk in de Poolse taal. Op dat moment was verdachte dus bekend met het vonnis. Namens verdachte is op 3 maart 2023 hoger beroep ingesteld. Volgens de wet had verdachte veertien dagen de tijd om hoger beroep in te stellen. Het hoger beroep is echter pas na het verstrijken van die termijn ingesteld. Daarom zal verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.”

Artikel 3 lid 1, 2 en 7 van Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PbEU 2010, L 280; hierna: Richtlijn 2010/64/EU) luidt:

“1. De lidstaten zorgen ervoor dat een verdachte of beklaagde die de taal van de strafprocedure niet verstaat, binnen een redelijke termijn een schriftelijke vertaling ontvangt van alle processtukken die essentieel zijn om te garanderen dat hij zijn recht van verdediging kan uitoefenen en om het eerlijke verloop van de procedure te waarborgen.

2. De essentiële processtukken omvatten beslissingen tot vrijheidsbeneming, de tenlastelegging of dagvaarding en vonnissen.

(...)

7. Als uitzondering op de in de leden 1, 2, (...) opgenomen algemene regels kan, in plaats van een schriftelijke vertaling, een mondelinge vertaling of mondelinge samenvatting van de essentiële processtukken worden verstrekt, op voorwaarde dat deze mondelinge vertaling of mondelinge samenvatting het eerlijke verloop van de procedure onverlet laat.”

Artikel 366 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) luidt:

“1. De officier van justitie doet de mededeling van het vonnis dat de beslissing van de rechtbank op grond van artikel 349, 351 of 352, tweede lid, bevat en dat buiten de aanwezigheid van de verdachte is uitgesproken, zo spoedig mogelijk aan hem betekenen.

2. Deze mededeling wordt niet gedaan

a. aan de verdachte aan wie de dagvaarding of aan wie de oproeping voor de nadere terechtzitting na schorsing van het onderzoek voor onbepaalde tijd, in persoon is betekend,

b. aan de verdachte die op de terechtzitting of op de nadere terechtzitting aanwezig is geweest,

c. indien zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting dan wel die van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.

3. De mededeling vermeldt de rechter die het vonnis heeft gewezen, de dagtekening van het vonnis, de benaming van het strafbaar feit met vermelding van de plaats en het tijdstip waarop het zou zijn begaan, en voor zoveel in het vonnis vermeld, naam en voornamen, geboortedatum en -plaats, en de woon- of verblijfplaats van de verdachte.

4. Indien de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt hem tevens een schriftelijke vertaling van de mededeling in een voor hem begrijpelijke taal verstrekt.”

Artikel 366 lid 1 Sv bepaalt dat de officier van justitie – behalve in de gevallen die zijn vermeld in artikel 366 lid 2 Sv – de mededeling van het vonnis dat de beslissing van de rechtbank op grond van artikel 349, 351 of 352 lid 2 Sv bevat en dat buiten de aanwezigheid van de verdachte is uitgesproken, zo spoedig mogelijk aan de verdachte betekent. Die mededeling bevat tevens de in artikel 366 lid 3 Sv genoemde gegevens. Artikel 366 lid 4 Sv bepaalt dat aan de verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, een schriftelijke vertaling van de mededeling in een voor hem begrijpelijke taal wordt verstrekt. Deze regeling beoogt te waarborgen dat ook de verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, in kennis wordt gesteld van de onderdelen van het vonnis die van belang zijn met het oog op de mogelijkheid van het instellen van hoger beroep. (Vgl. HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:770, rechtsoverweging 2.4.)

Het hof heeft vastgesteld dat het vonnis van de politierechter van 26 augustus 2016 op 31 oktober 2018 aan de verdachte in persoon is betekend, in het bijzijn van een tolk in de Poolse taal. Op grond van deze overweging, waarin besloten ligt dat de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, heeft het hof geoordeeld dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de verdachte toen bekend was met de einduitspraak en dat het hoger beroep daarom na het verstrijken van de beroepstermijn is ingesteld. Dit oordeel en de daaraan voorafgaande vaststelling zijn niet zonder meer begrijpelijk. In de akte van uitreiking zijn immers slechts het parketnummer van dat vonnis, persoonsgegevens van de verdachte en enkele overige identificerende gegevens van de verdachte – en dus niet alle in artikel 366 lid 3 Sv genoemde gegevens – vermeld. Uit die akte blijkt niet welk stuk aan de verdachte is uitgereikt en dus ook niet of dat stuk een ‘mededeling uitspraak’ en/of een schriftelijke vertaling daarvan, zoals bedoeld in artikel 366 lid 4 Sv, betreft. Ook kan uit de vermelding op de akte van de tussenkomst van een tolk in de Poolse taal met het tolknummer, zonder dat is vermeld welke informatie door de tolk is verstrekt, niet worden afgeleid of de verdachte – mede gelet op de eisen die voortvloeien uit artikel 3 lid 7 Richtlijn 2010/64/EU – door die tussenkomst op de hoogte is gekomen van wat voor hem van belang was met het oog op het instellen van hoger beroep.

Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, slaagt het. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?