ECLI:NL:HR:2026:734

ECLI:NL:HR:2026:734

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 01-05-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer 24/03962
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2024:2322
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:152

Samenvatting

Aanmaningskosten; berichtenbox van MijnOverheid, notificatiefunctie via e-mail; art. 2:14 (oud) Awb, art. 2:17 (oud) Awb, art. 3:41 Awb; art. 2, lid 2, Regeling voorzieningen GDI; art. 1 Kostenwet invordering rijksbelastingen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/03962

Datum 1 mei 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROTTERDAM

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 19 september 2024, nr. BK-23/1195, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 22/5082) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.

1. Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door N.G.A. Voorbach, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 6 februari 2026 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.Zowel belanghebbende als het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, vertegenwoordigd door [P], heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Uitgangspunten in cassatie

De heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd. Belanghebbende heeft zijn MijnOverheid-account, zoals bedoeld in de destijds geldende Regeling voorzieningen GDI, geactiveerd. De naheffingsaanslag is op 11 mei 2022 geplaatst in belanghebbendes berichtenbox van MijnOverheid (hierna: de berichtenbox).

Aangezien de naheffingsaanslag niet was betaald terwijl de betalingstermijn inmiddels was verstreken, heeft de invorderingsambtenaar van de gemeente Rotterdam (hierna: de invorderingsambtenaar) belanghebbende met dagtekening 26 juli 2022 schriftelijk aangemaand om de naheffingsaanslag uiterlijk op 9 augustus 2022 te betalen. De invorderingsambtenaar heeft daarbij een bedrag van € 8 aan aanmaningskosten in rekening gebracht.

3. De oordelen van het Hof

Voor het Hof was in geschil of de aanmaningskosten terecht in rekening zijn gebracht.

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag hem niet heeft bereikt aangezien hij niet door middel van een e-mailnotificatie of een vergelijkbare melding van de naheffingsaanslag op de hoogte is gesteld. Hij beroept zich daartoe op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 september 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2174 (hierna: de uitspraak van de Centrale Raad van 9 september 2021). Om die reden mochten ter zake van de betaling van die naheffingsaanslag volgens belanghebbende geen aanmaningskosten in rekening worden gebracht.

Het Hof heeft dit betoog van belanghebbende verworpen. Het heeft daartoe in rechtsoverweging 5.3 van zijn uitspraak het volgende overwogen:

“Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende, op wie in deze de bewijslast rust, niet aannemelijk gemaakt dat geen e-mailnotificatie of vergelijkbare melding naar hem is verzonden. Zoals de Invorderingsambtenaar onweersproken heeft gesteld, kan uitsluitend belanghebbende zelf via MijnOverheid instellen of het systeem automatisch e-mailnotificaties naar een door belanghebbende opgegeven e-mailadres verzendt. Belanghebbende stelt dat hij geen emailnotificatie heeft ontvangen. Belanghebbende draagt echter geen feiten en omstandigheden aan op grond waarvan kan worden geoordeeld dat aannemelijk is dat de functie om emailnotificaties te ontvangen ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag was uitgeschakeld. Belanghebbende heeft daarmee niet voldaan aan zijn stelplicht. Voor zover belanghebbende verwijst naar CRvB 9 september 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2174, overweegt het Hof dat de zaak van deze uitspraak niet vergelijkbaar is met de onderhavige zaak, nu in die zaak, anders dan in de onderhavige zaak, is vast komen te staan dat geen e-mailnotificatie over de plaatsing van het in die zaak aan de orde zijnde besluit in de Berichtenbox van MijnOverheid is verzonden (r.o. 4.5.1 van de voornoemde uitspraak). Gelet op het voorgaande komt het Hof tot de conclusie dat de naheffingsaanslag op de juiste wijze aan belanghebbende is bekendgemaakt.”

4. Beoordeling van het middel

Belanghebbende voert in cassatie één middel aan, waarmee hij de hiervoor in 3.3 geciteerde overwegingen van het Hof bestrijdt.

Volgens het middel heeft het Hof de artikelen 3:40 en 3:41 Awb geschonden.

Verder klaagt het middel over een onjuiste verdeling van de bewijslast door het Hof met betrekking tot de verzending van een e-mailnotificatie of een vergelijkbare melding. Het middel betoogt dat in een geval als dit, waarin de belanghebbende de ontvangst van een stuk afkomstig van het bestuursorgaan ontkent, de bewijslast op dat bestuursorgaan rust.

Tot slot herhaalt het middel het hiervoor in 3.2 weergegeven betoog dat geen aanmaningskosten in rekening mochten worden gebracht omdat belanghebbende niet door middel van een e-mailnotificatie of vergelijkbare melding van de naheffingsaanslag op de hoogte is gesteld. Volgens het middel is een pushmelding dan wel e-mailnotificatie verplicht, dient MijnOverheid hier zelf voor te zorgen, en is het niet aan belanghebbende om daartoe “op knopjes te klikken”.

Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld.

Berekening van kosten van invordering van gemeentelijke belastingen kan op grond van artikel 1 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen (hierna: de Kostenwet) in samenhang gelezen met artikel 231, lid 1, van de Gemeentewet slechts plaatsvinden als de belastingschuldige in gebreke is.

De belastingschuldige kan pas in gebreke zijn met de betaling van zijn belastingschuld nadat (i) die schuld is geformaliseerd door het vaststellen van een belastingaanslag, en (ii) hij in de gelegenheid is geweest van die aanslag kennis te nemen.

De belastingschuldige is in de regel in de gelegenheid om kennis te nemen van een belastingaanslag als die aanslag op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Gelet op het bepaalde in artikel 2, lid 2, van de destijds geldende Regeling voorzieningen GDI heeft belanghebbende door het activeren van zijn MijnOverheid-account kenbaar gemaakt dat hij langs elektronische weg bereikbaar is voor het ontvangen van berichten van door hem geselecteerde afnemers in de berichtenbox. Tussen partijen is terecht niet in geschil dat belanghebbende daarmee kenbaar heeft gemaakt dat hij voor de door hem geselecteerde afnemers, waaronder de gemeente Rotterdam, langs deze weg voldoende bereikbaar is in de zin van artikel 2:14, lid 1, Awb (tekst 2022). Op grond van die bepaling kon de invorderingsambtenaar daarom de naheffingsaanslag elektronisch aan belanghebbende verzenden.

Die verzending heeft volgens artikel 2:17, lid 1, Awb (tekst 2022) plaatsgevonden door de plaatsing van de naheffingsaanslag in de berichtenbox op 11 mei 2022. Aldus is de naheffingsaanslag in overeenstemming met artikel 3:41, lid 1, Awb aan belanghebbende bekendgemaakt door elektronische toezending. De verzending en ontvangst van een emailnotificatie, dat wil zeggen een e-mailbericht waarin de betrokkene wordt geattendeerd op de plaatsing van een bericht in zijn berichtenbox van MijnOverheid, zijn geen vereisten om te kunnen aannemen dat dit besluit is bekendgemaakt door verzending in de zin van artikel 3:41, lid 1, Awb.

Het middel faalt daarom voor zover het betoogt dat het Hof regels over de bekendmaking van besluiten in de Awb heeft geschonden.

MijnOverheid biedt de mogelijkheid dat aan een door de betrokkene opgegeven emailadres een notificatie wordt gestuurd indien een voor hem bestemd bericht in de berichtenbox van MijnOverheid wordt geplaatst. In de tot 1 januari 2026 geldende wettelijke regeling was geen verplichting voor een bestuursorgaan opgenomen een dergelijke emailnotificatie te verzenden. Verzending van e-mailnotificaties vond destijds slechts plaats indien de belanghebbende de wens daartoe kenbaar had gemaakt. De invorderingsambtenaar heeft voor het Hof onweersproken gesteld dat het systeem van digitale verzending via MijnOverheid zodanig was ingericht, dat belanghebbende zelf diende in te stellen dat dergelijke notificaties worden verstuurd. Belanghebbende, op wiens weg dat had gelegen, heeft niet gesteld dat hij dit heeft gedaan. Daarom dient in deze procedure ervan te worden uitgegaan dat belanghebbende in MijnOverheid niet heeft gekozen voor de mogelijkheid om emailnotificaties te ontvangen, en dat de invorderingsambtenaar hem daarom geen emailnotificatie heeft gestuurd met betrekking tot de plaatsing van de naheffingsaanslag in de berichtenbox.

Bij gebreke van een feitelijke stelling hierover van de kant van belanghebbende, bestond op dit punt tussen partijen geen geschil waarover het Hof op basis van het beschikbare bewijs had moeten beslissen. Op dit punt was een verdeling van de bewijslast dus niet aan de orde. Het middel faalt daarom ook voor zover het betoogt dat het Hof de bewijslast met betrekking tot de verzending van een e-mailnotificatie of een vergelijkbare melding onjuist heeft verdeeld.

Het middel faalt tot slot eveneens voor zover het de berekening van aanmaningskosten bestrijdt met het argument dat een pushmelding dan wel e-mailnotificatie verplicht is. Zoals hiervoor in 4.4.1 is overwogen, bestond hiertoe destijds geen wettelijke verplichting.

Voor zover belanghebbende met een beroep op de uitspraak van de Centrale Raad van 9 september 2021 wenst te betogen dat beginselen van behoorlijk bestuur in een geval als dit in de weg staan aan de berekening van aanmaningskosten, faalt deze klacht reeds omdat die uitspraak ging over de toegang tot de rechter.

Hier gaat het daarentegen om de vraag of belanghebbende in de gelegenheid is geweest kennis te nemen van zijn belastingschuld, en als gevolg daarvan met de betaling van die schuld in gebreke kan zijn als bedoeld in artikel 1 van de Kostenwet. Onder de tot 1 januari 2026 geldende wettelijke regeling ziet de Hoge Raad bij de beantwoording van deze vraag binnen het kader van de Kostenwet geen ruimte om, in afwijking van de hiervoor in 4.2.3 weergegeven regel, aan te nemen dat een belastingschuldige, in het geval een belastingaanslag in zijn berichtenbox van MijnOverheid is geplaatst en daardoor voor hem toegankelijk is, desondanks niet in de gelegenheid is daarvan kennis te nemen zolang hij daarover geen e-mailnotificatie heeft ontvangen. Onder omstandigheden kunnen algemene beginselen van behoorlijk bestuur in een dergelijk geval aan de berekening van kosten van invordering in de weg staan, maar belanghebbende heeft geen feiten gesteld die zouden kunnen meebrengen dat daarvan in zijn geval sprake is. De door de Centrale Raad in zijn uitspraak van 9 september 2021 meegewogen omstandigheid dat het bestuursorgaan, in een geval waarin de belanghebbende geen keuze heeft uitgebracht voor het ontvangen van e-mailnotificaties, geen navraag heeft gedaan of deze daarvoor toch zou willen kiezen, is daarvoor onvoldoende; die omstandigheid geeft geen aanleiding om aan te nemen dat de berekening van kosten van invordering in strijd komt met beginselen van behoorlijk bestuur.

Het middel faalt daarom in al zijn onderdelen.

5. Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

6. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NLF 2026/0877 NDFR Nieuws 2026/687 Viditax (FutD) 2026050115
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand