ECLI:NL:HR:2026:766

ECLI:NL:HR:2026:766

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 19-05-2026
Datum publicatie 15-05-2026
Zaaknummer 23/04546
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2026:226

Samenvatting

Diefstal (meermalen gepleegd), art. 310 Sr. Betekening oproeping nadere tz. in hoger beroep, art. 36e.3 Sv. Kon oproeping zonder vermelding van postcode worden verzonden naar adres in Letland? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2002:AD5163 m.b.t. betekening van dagvaarding in geval van verdachte een adres in buitenland bekend is. Uit stukken kan worden afgeleid dat verdachte t.t.v. het betekenen van oproeping voor nadere tz. in h.b. niet was gedetineerd en dat van haar niet feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland, maar wel adres in Letland bekend was. Gelet hierop en in aanmerking genomen wat hiervoor is overwogen, getuigt ’s hofs kennelijke oordeel dat met het rechtstreeks toezenden van oproeping naar adres van verdachte in Letland de betekening van oproeping rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, niet van onjuiste rechtsopvatting. Daaraan staat niet in de weg dat oproeping geen postcode van dat adres vermeldt. Oproeping is immers verzonden naar adres zoals dat namens verdachte door haar advocaat is opgegeven in schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen van h.b. voor het toezenden van afschrift van oproeping, terwijl daarnaast informatiestaat SKDB-persoon bij weergave van dit adres in Letland geen postcode vermeldt en zich bij stukken niet ander document bevindt waarin postcode is vermeld. Volgt verwerping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04546

Datum 19 mei 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 29 november 2021, nummer 23-000149-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.J. van der Woude bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot de constatering dat de redelijke termijn is overschreden en tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer over het oordeel van het hof dat de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep van 29 november 2021 geldig is betekend (uitgereikt).

De volgende stukken zijn van belang: - de akte instellen hoger beroep van 20 januari 2021 vermeldt als adres van de verdachte [a-straat 1] in [plaats] (Letland);- de aan de akte instellen hoger beroep gehechte schriftelijke bijzondere volmacht van de advocaat van de verdachte aan een medewerker van de strafgriffie van de rechtbank van 20 januari 2021 houdt in dat de verdachte het adres [a-straat 1] in [plaats] (Letland) heeft opgegeven voor de ontvangst van een afschrift van de oproeping;- volgens de akte van uitreiking is de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep van 29 november 2021 op 6 oktober 2021 uitgereikt aan een medewerker van het openbaar ministerie, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Verder is die oproeping – zoals blijkt uit de tweede akte van uitreiking – op 8 oktober 2021 verzonden naar het op die akte van uitreiking vermelde adres van de verdachte in het buitenland ( [a-straat 1] in [plaats] (Letland));- de informatiestaat SKDB-persoon van 6 oktober 2021, die aan die oproeping is gehecht, houdt in dat de verdachte niet was gedetineerd, dat zij met ingang van 18 september 2020 als niet-ingezetene in de basisregistratie personen (hierna: BRP) is ingeschreven op het adres [a-straat 1] in [plaats] (Letland) en dat haar laatst opgegeven woon- of verblijfplaats (datum registratie 29 maart 2021) “ZVWOVHTL” (de Hoge Raad begrijpt: zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande) is.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 29 november 2021 houdt onder meer in:

“De verdachte, opgeroepen als:

(...)

adres: [a-straat 1] , [plaats] (Letland),

is niet verschenen.

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. M.R.F. van Raab van Canstein, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd verklaart door de verdachte niet uitdrukkelijk te zijn gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen.

Het gerechtshof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.

(...)

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.”

Het hof heeft de verdachte voor diefstal (meermalen gepleegd) veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken.

De volgende wettelijke en verdragsrechtelijke bepalingen zijn van belang.

- Artikel 36e lid 3 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv):

“De uitreiking aan de geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend is, geschiedt door toezending van de mededeling, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie en, voor zover een verdrag van toepassing is, met inachtneming van dat verdrag. Dagvaardingen worden vertaald in de taal of een van de talen van het land waar de geadresseerde verblijft dan wel, voor zover aannemelijk is dat hij slechts een andere taal machtig is, in die taal. Met betrekking tot andere gerechtelijke mededelingen kan worden volstaan met een vertaling van de essentiële onderdelen daarvan. Indien de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie bericht dat de mededeling aan de geadresseerde is uitgereikt, geldt deze uitreiking als betekening in persoon, zonder dat dit nog uit een afzonderlijke akte hoeft te blijken.”

- Artikel 5 lid 1 en 2 van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, PbEG 2000, C 197/3:

“Toezending en uitreiking van gerechtelijke stukken

1. Elke lidstaat zendt aan de personen die zich op het grondgebied van een andere lidstaat bevinden, voor hen bestemde gerechtelijke stukken rechtstreeks over de post toe.

2. Toezending van gerechtelijke stukken door bemiddeling van de bevoegde autoriteiten van de aangezochte lidstaat kan alleen plaatsvinden indien:

a. het adres van de persoon voor wie het stuk bestemd is, onbekend of twijfelachtig is,

b. het toepasselijke procesrecht van de verzoekende lidstaat een ander bewijs dan het via de postdiensten verkrijgbare bewijs van uitreiking van het stuk aan de geadresseerde verlangt,

c. het stuk niet per post kon worden bezorgd, of

d. de verzoekende lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat verzending over de post zonder resultaat zal blijven of niet toereikend zal zijn.”

Als op grond van het daartoe ingestelde onderzoek als vaststaand kan worden aangenomen dat de verdachte niet in Nederland is ingeschreven in de BRP, niet in Nederland is gedetineerd en van hem ook niet een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland, maar wel een adres in het buitenland bekend is, vindt – zoals volgt uit artikel 36e lid 3 Sv – de betekening van de dagvaarding of oproeping plaats door toezending van de dagvaarding of oproeping hetzij rechtstreeks aan het laatst bekende adres van de verdachte in het buitenland, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie en, voor zover een verdrag van toepassing is, met inachtneming van dat verdrag. Door die toezending is de dagvaarding of oproeping rechtsgeldig betekend. (Vgl. HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, rechtsoverweging 3.19.)

Uit de onder 2.2 genoemde stukken kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het betekenen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep van 29 november 2021 niet was gedetineerd en dat van haar niet een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland, maar wel een adres in Letland bekend was. Gelet hierop en in aanmerking genomen wat onder 2.4 is overwogen, getuigt het kennelijke oordeel van het hof dat met het rechtstreeks toezenden van de oproeping naar het adres van de verdachte in Letland de betekening van de oproeping rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, niet van een onjuiste rechtsopvatting. Daaraan staat, anders dan het cassatiemiddel aanvoert, niet in de weg dat de oproeping geen postcode van dat adres vermeldt. De oproeping is immers verzonden naar het adres zoals dat namens de verdachte door haar advocaat is opgegeven in de schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen van hoger beroep voor het toezenden van een afschrift van de oproeping (‘ [a-straat 1] , [plaats] , Letland’), terwijl daarnaast de informatiestaat SKDB-persoon van 6 oktober 2021 bij de weergave van dit adres in Letland geen postcode vermeldt en zich bij de stukken niet een ander document bevindt waarin de postcode is vermeld.

Het cassatiemiddel faalt in zoverre. De Hoge Raad heeft ook de verder in het cassatiemiddel aangevoerde klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van twee weken volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand