ECLI:NL:HR:2026:8

ECLI:NL:HR:2026:8, Hoge Raad, 06-01-2026, 23/04502

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 06-01-2026
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer 23/04502
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2025:1097

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op geldbedragen, compressor, damesfiets en minibike onder ander t.z.v. verdenking van uitvoer van MDMA, hennepteelt, diefstal van stroom en witwassen, waarna rechter in ontnemingszaak tegen ander onherroepelijke betalingsverplichting van € 779.841,73 oplegt en beklagrechter de klaagster n-o verklaart in klaagschrift omdat dit niet is ingediend binnen 3 maanden nadat vervolgde zaak tot einde is gekomen. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 6:4:4 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR het cassatieberoep van klaagster niet in behandeling nemen. CAG: Het onherroepelijk worden van ’s hofs uitspraak in ontnemingszaak tegen ander brengt mee dat onder ander gelegd conservatoir beslag o.g.v. art. 6:4:4.2 Sv is overgegaan in executoriaal beslag, zodat OM de inbeslaggenomen voorwerpen kan uitwinnen ten behoeve van (onherroepelijke) ontnemingsvordering. Volgens art. 6:4:4.1 Sv vindt verhaal op die voorwerpen plaats op wijze zoals voorzien in Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Verder houdt art. 6:4:4.3 Sv in dat t.a.v. derden die geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben op inbeslaggenomen voorwerpen ook bepalingen van WvRv van toepassing zijn (art. 456.1 en art. 538-540 Rv). Dat betekent dat klaagster (die stelt dat onder ander inbeslaggenomen voorwerpen aan haar toebehoren) geen belang meer heeft bij cassatieberoep tegen ’s hofs beschikking. Klaagster n-o. Samenhang met HR:2023:857 (ontnemingszaak tegen ander) en HR:2021:216 (strafzaak tegen ander).

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04502 B

Datum 6 januari 2026

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 7 november 2023, nummer 000530-23, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de klaagster.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat M.A.M. Pijnenburg bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de klaagster niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar cassatieberoep.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2026-0001
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?