Zaaknummer: H-113/25
Parketnummer : 200.00070/24
Uitspraak : 27 augustus 2026 (mondeling; op 2 september 2026 op schrift)
VERSTEK
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire, (hierna: het Gerecht) van 31 juli 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1994 te [land],
wonende in [land], [adres].
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder feiten 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaren en hem tevens ontzet uit het recht een ambt bij KPCN te bekleden voor de duur van 5 jaren.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.
Omvang van het hoger beroep
Het hoger beroep is onbeperkt ingesteld en richt zich derhalve tegen het gehele vonnis waarvan beroep.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 27 augustus 2026.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal. De verdachte noch zijn raadsman, mr. B. Lie Atjam, zijn ter terechtzitting verschenen. Het Hof heeft kennisgenomen van hetgeen de raadsman per e-mail heeft medegedeeld.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het door de verdachte ingestelde hoger beroep is per akte van 26 augustus 2026 ingetrokken, en derhalve nadat de behandeling van de zaak op de zitting van 6 mei 2026 is aangevangen. Deze intrekking is, gelet op wat is bepaald in artikel 450, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, te laat gedaan. Daardoor ligt in beginsel de beoordeling en de beslissing van de zaak in hoger beroep aan het Hof voor. Het Hof stelt echter vast dat het nog geen aanvang heeft gemaakt met het onderzoek naar de feiten, terwijl de procureur-generaal geen bezwaren tegen deze intrekking heeft geuit. Gelet daarop, en nu het Hof geen rechtens te respecteren belang aanwezig acht dat met behandeling en beslissing van de zaak in hoger beroep wordt gediend, ligt het in de rede dat de wens van de verdachte om te berusten in het vonnis wordt gerespecteerd. Daarom zal het Hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het Hof:
- verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.C. Bours, voorzitter, mr. F.V.L.M. Wannyn en mr. I.L. Gerrits, leden van het Hof, bijgestaan door mr. R.H.R.G. van Kerkhof, griffier, op 27 augustus 2026 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao, en op 2 september 2026 op schrift gesteld.
mr. I.L. Gerrits is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.