ECLI:NL:PHR:1939:1

ECLI:NL:PHR:1939:1, Parket bij de Hoge Raad, 22-05-1939, 42916

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 22-05-1939
Datum publicatie 23-09-2025
Zaaknummer 42916
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:1939:35
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Uitgetypte versie van de HR-conclusie in de strafzaak met HR-zaaknummer 42916 aan de hand van de in NJ 1939/861 opgenomen tekst daarvan. De originele HR-conclusie is niet meer voorhanden. Onder ‘in het openbaar’ opruien als bedoeld in artikel 131 lid 1 Sr moet worden verstaan dat de opruiende woorden worden geuit onder zodanige omstandigheden en op zodanige wijze, dat zij door het publiek kunnen worden gehoord. Niet is vereist dat de opruiende uitingen zijn gedaan op een openbare plaats.

Uitspraak

Conclusie van den Adv .- Gen. Rombach.

Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 1 Februari 1939, waartegen dit cassatieberoep is gericht, behoudens ten aanzien van de straf, bevestigd een mondeling vonnis van den politierechter te Middelburg van 13 September 1938, waarbij bekrachtigd was een mondeling vonnis van denzelfden rechter van 30 Augustus 1938. Blijkens de aanteekening van laatstgenoemd vonnis had de Politierechter ten laste van dezen requirant bewezen verklaard, dat hij op 18 Juni 1938 te Goes in 't openbaar, mondeling heeft opgeruid tot eenig strafbaar feit door toen de agent van politie en onbezoldigd rijksveldwachter [betrokkene 1] , naar aanleiding van een mishandeling en verzet tegen hem en den agent van politie [betrokkene 2] , gepleegd door de gebroeders B., op den openbaren weg „de Groote Markt" den rijksambtenaar [betrokkene 3] opdroeg assistentie te gaan vragen aan het bureau van politie te Goes, opzettelijk tegen voornoemden [betrokkene 3] heeft gezegd „niet doen [betrokkene 3]“.

Uit die zelfde aanteekening blijkt dat de politierechter het bewezene had gequalificeerd: mondeling in het openbaar tot eenig strafbaar feit opruien en van oordeel was dat het in de telastelegging bedoelde strafbaar feit, waartoe requirant genoemden [betrokkene 3] had aangezet, was het misdrijf omschreven in art. 184 Sr.

Het Hof heeft een gevangenisstraf opgelegd van 14 dagen.

Requirants raadsman stelt bij memorie drie middelen van cassatie voor:

I. S. of v. t. van artt. 131 Sr., 261, 348, 349, 350, 351, 352, 358, 422 en 423 Sv. doordat het Hof, het vonnis der Rechtbank op dit punt bevestigend, den verdachte heeft schuldig verklaard aan opruiing, zulks terwijl het hem in de inleidende dagvaarding ten laste gelegde niet oplevert een strafbaar feit, althans niet dat van art. 131 Sr., daar in de feitelijke omschrijving van het den requirant ten laste gelegde feit ontbreekt het voor het misdrijf van opruiing vereischte element van openbaarheid.

II. S. of v. t. van art. 131 Sr. doordat het Hof, het vonnis der Rechtbank op dit punt bevestigend, den requirant heeft schuldig verklaard aan opruiing, hoewel de aan requirant ten laste gelegde en bewezenverklaarde aansporing tot het plegen van een strafbaar feit gericht was tot en bestemd voor slechts een persoon en noch rechtstreeks, noch (on)middellijk gericht was tot of bestemd was voor het publiek.

III. S. of v. t. van artt. 131, 184, 446 j°. 50 Sr., 422, 423, 350, 351 en 352 Sv. doordat het Hof, het vonnis der Rechtbank op dit punt bevestigend, heeft bewezen verklaard, dat de requirant zich heeft schuldig gemaakt aan opruiing tot het misdrijf van art. 184 Sr., terwijl op grondslag der telastelegging hoogstens bewezen had kunnen worden verklaard opruiing tot de overtreding van art. 446 Sr.

De middelen zijn bij dezelfde memorie toegelicht.

In de toelichting van het eerste middel wordt gewezen op de jurisprudentie van Uwen Raad, waarbij beslist is dat, wanneer een telastelegging een qualificatie inhoudt en de nadere uitwerking daarvan ingeleid wordt met het woord „door", die nadere uitwerking alle elementen van het telastegelegde delict moet bevatten.

Indien die jurisprudentie tot richtsnoer genomen wordt, bevat volgens requirant de onderhavige telastelegging niet dat de opruiing in het openbaar geschiedde, want zoo betoogt hij: „opruien in het openbaar" heeft een geheel andere beteekenis dan opruien op den openbaren weg. Iets kan zeer goed op den openbaren weg geschieden en toch niet in het openbaar. Requirant beroept zich daarvoor op een arrest van het Hof te Arnhem van 31 December 1930, W. 12276. Hij had ook kunnen noemen een arrest van Uwen Raad van 27 Juni 1904 W. 8095, dat betrekking had op een beleediging, die in het openbaar zou zijn geuit.

Naar mijn meening is dit middel niet gegrond. Juist is, dat, indien alleen telastegelegd was, dat requirant de opruiende woorden op den openbaren weg had gesproken, het element der openbaarheid van de opruiing niet zou zijn geïmputeerd.

Er is echter naar mijn meening geen bezwaar tegen de in den aanvang der telastelegging (men zie de bovenvermelde bewezenverklaring) voorkomende woorden „in het openbaar" als een feitelijk deel daarvan te beschouwen, zooals het Hof ook blijkens een zijner overwegingen gedaan heeft. Het Hof toch overwoog: „dat het proces-verbaal inhoudt, dat verbalisant, toen het publiek bleef opdringen aan [betrokkene 3] verzocht assistentie te willen gaan halen en dat hij deze daartoe andermaal duidelijk hoorbaar aansprak, zoodat door voormeld bewijsmiddel is bewezen, gelijk is telastegelegd, dat de opruiing in het openbaar plaats vond". De telastelegging wordt dan zoo gelezen, dat hetgeen op „door" volgt alleen bedoeld is als een feitelijke omschrijving van de wijze waarop mondeling tot eenig strafbaar feit is opgeruid. Ofschoon ik in de telastelegging noode een meer feitelijke omschrijving van de opruiing in het openbaar mis, bij voorbeeld, dat requirant op luiden toon in de onmiddellijke nabijheid van het publiek sprak (feiten welke door het proces-verbaal bewezen zijn) ben ik toch van oordeel, dat zij het element van openbaarheid bevat en dat derhalve het eerste middel feitelijken grondslag mist.

Bij het tweede middel wordt gereageerd tegen de opvatting dat opruiing in het openbaar ook kan plaats hebben als de opruiende woorden slechts tot één persoon gericht zijn. Naar mijn meening ten onrechte.

De rechter kan in zoodanig geval wel degelijk aannemen dat in het openbaar is opgeruid. Requirant noemt als arrest van Uwen Raad waarbij dit beslist is, dat van 8 Maart 1909 W. 8837. Hij had daar nog aan kunnen toevoegen het arrest van 21 Juni 1937 N. J. 1938 nº. 865.

Evenals het tweede middel acht ik ook het derde middel ongegrond. Ik wees hierboven reeds op de omstandigheid, dat in het vonnis van den Politierechter, dat eerst bekrachtigd en daarna bevestigd is, de aanteekening voorkomt, dat de Politierechter van oordeel was, dat tot het strafbaar feit omschreven in art. 184 Sr. was opgeruid. Deze aanteekening komt voor onder de rubriek „bewezenverklaring".

Volgens requirants raadsman is de rechter met die aanteekening buiten de grenzen der telastelegging gegaan, omdat het feit dat requirant tot genoemd strafbaar feit opruide, in de telastelegging, noch uitdrukkelijk, noch implicite is vermeld. Naar mijn meening is dit bezwaar ongegrond. De bedoelde aanteekening omtrent het strafbaar feit, waartoe zou zijn opgeruid, kan niet anders worden beschouwd dan als een overweging van het vonnis.

Ook indien deze overweging onjuist ware en het op den grondslag der telastelegging bewezenverklaarde niet de meening van den rechter zou wettigen, dat tot het misdrijf van art. 184 Sr. was opgeruid, zou dit bezwaar niet tot cassatie kunnen leiden, mits slechts juist is dat het bewezenverklaarde tot de beslissing kan leiden, die de rechter gegeven heeft, dat tot eenig strafbaar feit is opgeruid. Dit laatste nu wordt door den requirant niet betwist. Hij erkent dat hij in ieder geval tot het strafbaar feit van art. 446 Sr. heeft opgeruid. Onder die omstandigheden kan een onjuiste overweging, die op de beslissing geen invloed heeft gehad, niet tot cassatie leiden.

Ik concludeer tot verwerping van het beroep.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?