ECLI:NL:PHR:2006:AZ0668

ECLI:NL:PHR:2006:AZ0668, Parket bij de Hoge Raad, 05-12-2006, 03108/05

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 05-12-2006
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 03108/05
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2006:AZ0668
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 5 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0002415 BWBR0003740

Samenvatting

Het hof veroordeelde verdachte t.z.v. een WAM-overtreding tot een voorwaardelijke geldboete van € 288,-, subsidiair 5 dagen hechtenis. In de tekst van art. 427 Sv wordt geen onderscheid gemaakt tussen voorwaardelijk en onvoorwaardelijk opgelegde geldboetes. Ook aan de strekking van deze bepaling kan niet een voldoende duidelijk aanknopingspunt worden ontleend voor de uitleg dat dit art. enkel betrekking heeft op onvoorwaardelijke geldboetes. De verdachte kan derhalve in zijn beroep worden ontvangen. HR wijst tussenarrest om AG, die concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring, alsnog in de gelegenheid te stellen zich over de middelen uit te laten.

Uitspraak

Nr. 03108/05

Mr. Vellinga

Zitting: 17 oktober 2006

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem wegens als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden, veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 288,-, subsidiair 5 dagen hechtenis.

2. Namens verdachte heeft mr. J.P.J. Botterblom, advocaat te Barneveld, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 03107/05 en 03108/05. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

4. Ambtshalve vestig ik de aandacht op het volgende. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"hij op of omstreeks 05 februari 2003 te Wageningen, althans in Nederland, als degene aan wie voor een motorrijtuig (personenauto) het kenteken [...] was opgegeven en waarvoor een kentekenbewijs was afgegeven, niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen had gesloten en in stand gehouden."

5. Het tenlastegelegde feit is strafbaar gesteld bij art. 30, tweede lid, Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Het tenlastegelegde feit vormt ingevolge art. 36 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen een overtreding.

6. Het Hof heeft ter zake van dit feit een voorwaardelijke geldboete van € 288,-, subsidiair 5 dagen hechtenis, opgelegd.

7. Ingevolge art. 427, tweede en derde lid, Sv staat tegen arresten van de gerechtshoven betreffende overtredingen beroep in cassatie niet open, indien (a) met toepassing van art. 9a Sr geen straf of maatregel werd opgelegd of (b) geen andere straf of maatregel werd opgelegd dan een geldboete tot een maximum - of wanneer bij het arrest twee of meer geldboetes zijn opgelegd, tot een gezamenlijk maximum - van € 250,-, tenzij het arrest een overtreding betreft van een verordening van een provincie, een gemeente, een waterschap of een met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen ingesteld openbaar lichaam.

8. Hoewel de tekst dat niet expliciet vermeldt, moet worden aangenomen dat art. 427 Sv het oog heeft op geldboetes die onvoorwaardelijk zijn opgelegd. Strekking van genoemde beperking op de mogelijkheid van cassatie is immers dat bagatelzaken niet meer aan de Hoge Raad worden voorgelegd.(1)

9. Uit hetgeen hiervoor is uiteengezet volgt dat tegen de bestreden uitspraak geen beroep in cassatie heeft opengestaan, zodat de verdachte in het ingestelde beroep niet kan worden ontvangen. De middelen behoeven derhalve geen bespreking.

10. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Kamerstukken II, 1997-1998, 26 027, nr. 3, p. 5-8 en Kamerstukken II, 1998-1999, 26 027, nr. 5, p. 2-5. Zie ook M.K.T. Tjiong in Melai/Groenhuijsen e.a., aant. 9.4 op art. 427 (suppl. 134, april 2003), die opmerkt dat oplegging van een voorwaardelijke hoofdstraf naast een geldboete van minder dan € 250 niet voldoende is om de mogelijkheid van cassatie te creëren. Vervangende hechtenis heeft geen invloed, aldus J. M. Reijntjes in zijn bewerking van A. Minkenhof, de Nederlandse Strafvordering, Kluwer Deventer 2002, negende druk, p. 415, onder verwijzing naar HR 21 januari 1918, NJ 1918, p. 265. Vgl. inzake art. 359, zevende lid (oud), Sv HR 1 december 1998, NJ 1999, 310, waarin de HR heeft geoordeeld dat de vervangende hechtenis voor de toepassing van art. 359 lid 7 Sv niet dient te worden aangemerkt als een zwaardere straf in het geval de rechter een vervangende hechtenis oplegt van langere duur dan het OM heeft gevorderd, en HR 22 oktober 1985, NJ 1986, 296, waarin de HR heeft geoordeeld dat de gedeeltelijk voorwaardelijke oplegging van de geldboetes niet kan worden aangemerkt als een strafoplegging die conform art. 359 lid 7 Sv nadere motivering behoeft.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JOL 2006, 765 NJ 2007, 93 met annotatie van J.M. Reijntjes RvdW 2006, 1162 VR 2007, 68
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?