BESLISSING
(β¦)
Gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 13 oktober 2009, parketnummer 13-462509-06, te weten van:
een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.β
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt dat de korte inhoud van de stukken waaronder βde stukken betreffende de vordering van voorwaardelijke veroordeling van 18 mei 2010β mondeling is medegedeeld. Uit de hier bedoelde vordering en de daarbij gevoegde stukken blijkt dat de verdachte bij vonnis van de politierechter van 13 oktober 2009 is veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaa.r
Uit de overweging van het Hof in zijn arrest en ook uit het dictum blijkt mijns inziens duidelijk dat het Hof slechts van een deel van de voorwaardelijk opgelegde straf de tenuitvoerlegging heeft willen gelasten. Nu het Hof vervolgens van de volledige straf de tenuitvoerlegging gelast, is het arrest inderdaad tegenstrijdig.
Het middel is terecht voorgesteld.
Beide middelen slagen.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden