ECLI:NL:PHR:2013:BZ5391

ECLI:NL:PHR:2013:BZ5391, Parket bij de Hoge Raad, 26-03-2013, 11/04466

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 26-03-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11/04466
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2013:BZ5391
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Verbeurdverklaring. Rechtsmiddel. De Rb heeft betrokkene van de gehele tll vrijgesproken en een inbeslaggenomen personenauto verbeurdverklaard. Tegen dit vonnis is namens betrokkene h.b. ingesteld. Het Hof heeft verstaan dat het rechtsmiddel van beroep in cassatie is ingesteld. Terecht heeft het Hof tot uitgangspunt genomen dat degene die tegen een rechterlijke uitspraak het verkeerde rechtsmiddel aanwendt, in het algemeen moet worden verondersteld het volgens de wet openstaande rechtsmiddel te hebben willen benutten. De in ’s Hofs overwegingen bedoelde rechtspraak betreffende het verkeerde rechtsmiddel tegen uitspraken waarbij de o.a.h.v. is gelast, kan hier evenwel niet als aanknopingspunt dienen, omdat die maatregel ex art. 36b.1.4° Sr i.v.m. art. 552f Sv ook bij afzonderlijke beschikking kan worden opgelegd, in welk geval beroep in cassatie openstaat. Nu het Hof heeft vastgesteld dat het rechtsmiddel was gericht tegen een bij vonnis uitgesproken verbeurdverklaring, en betrokkene t.t.v. de behandeling in h.b. geen verdachte of veroordeelde was, had het Hof het rechtsmiddel moeten aanmerken als een beklag dat door een belanghebbende, niet zijnde de verdachte of veroordeelde, binnen de in art. 552b.2 Sv genoemde termijn is ingesteld tegen het vonnis waarbij de verbeurdverklaring is uitgesproken. Zodanig beklag wordt volgens art. 552b.2 Sv behandeld door het gerecht dat in hoogste feitelijke aanleg beslissingen heeft genomen, in dit geval dus de Rb. De HR verstaat het h.b. aldus en bepaalt dat de stukken van het geding naar de griffier van de Rb worden gezonden, opdat de Rb de zaak op het bestaande klaagschrift zal berechten en afdoen.

Uitspraak

Nr. 11/04466

Mr. Vellinga

Zitting: 29 januari 2013

Conclusie inzake:

[Betrokkene]

1. De Rechtbank te Middelburg heeft betrokkene bij vonnis van 21 februari 2011 vrijgesproken van het hem tenlastegelegde en een aan betrokkene toebehorende personenauto verbeurdverklaard. Het tegen het vonnis ingestelde hoger beroep is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch verstaan als een beroep in cassatie.

2. Namens betrokkene heeft mr. A.I. Cambier, advocaat te Axel, drie middelen van cassatie voorgesteld.

3. Alvorens de middelen te bespreken dient de vraag onder ogen te worden gezien of het Hof terecht heeft geoordeeld dat voor betrokkene tegen het vonnis van de Rechtbank geen hoger beroep openstond en het ingestelde hoger beroep derhalve diende te worden verstaan als beroep in cassatie.

4. Te dien aanzien zijn de volgende bepalingen van belang:

Art. 78 RO:

"1. De Hoge Raad neemt kennis van het beroep in cassatie tegen de handelingen, arresten, vonnissen en beschikkingen van de gerechtshoven en de rechtbanken, ingesteld hetzij door een partij, hetzij "in het belang der wet" door de procureur-generaal bij de Hoge Raad.

(...)

5. Een partij kan geen beroep in cassatie instellen indien voor haar een ander gewoon rechtsmiddel openstaat of heeft opengestaan."

- Art. 404 Sv:

"1. Tegen de vonnissen betreffende misdrijven, door de rechtbank als einduitspraak of in de loop van het onderzoek ter terechtzitting gegeven, staat hoger beroep open voor de officier van justitie bij het gerecht dat het vonnis heeft gewezen, en voor de verdachte die niet van de gehele telastlegging is vrijgesproken.

5. In aanmerking genomen dat de Rechtbank de betrokkene inderdaad van de gehele tenlastelegging heeft vrijgesproken heeft het Hof gelet op het bepaalde in art. 404 lid 1 Sv terecht geoordeeld dat voor de betrokkene geen hoger beroep tegen het vonnis van de Rechtbank openstond en het ingestelde hoger beroep dus moet worden opgevat als beroep in cassatie.

6. De vraag is of het voorgaande anders wordt wanneer in aanmerking wordt genomen dat de Rechtbank naast de vrijspraak van de gehele tenlastelegging ook de straf van verbeurdverklaring heeft opgelegd. Mijns inziens is dat niet het geval omdat de betrokkene, zoals art. 404 lid 1 Sv zegt, van de gehele tenlastelegging is vrijgesproken. Enige steun voor deze opvatting valt te ontlenen aan HR 14 december 2010, LJN BM9420, NJ 2011, 19 waarin de Hoge Raad oordeelde dat tegen een vonnis, houdende vrijspraak alsmede onttrekking aan het verkeer, cassatie open stond. Niet meer dan enige steun, omdat in die uitspraak ook een rol speelde dat in geval van vrijspraak bij afzonderlijke beschikking onttrekking aan het verkeer kan worden uitgesproken en ingevolge art. 552f Sv cassatieberoep openstaat tegen een door de Rechtbank gegeven beschikking tot onttrekking aan het verkeer.

7. Uit een ander vloeit voort dat de betrokkene in zijn beroep in cassatie tegen het vonnis van de Rechtbank kan worden ontvangen.

8. Het eerste middel klaagt dat de Rechtbank heeft miskend dat verbeurdverklaring enkel kan worden uitgesproken bij een veroordeling ter zake van enig strafbaar feit.

9. Het middel is terecht voorgesteld. Voor verbeurdverklaring dient sprake te zijn van "veroordeling wegens enig strafbaar feit" (art. 33 lid 1 Sr). De bewoordingen van art. 33 lid 1 Sr laten dus niet toe dat verbeurdverklaring wordt uitgesproken in geval de verdachte, zoals in casu, van de gehele tenlastelegging is vrijgesproken.(1) Het oordeel van de Rechtbank dat de personenauto vatbaar is voor verbeurdverklaring geeft derhalve blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

10. Het middel slaagt.

11. Het voorgaande brengt mee dat de overige middelen buiten bespreking kunnen blijven. Doelmatigheidshalve kan de Hoge Raad volstaan met de vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank voor wat betreft de verbeurdverklaring. Dit laat de mogelijkheid open dat de Officier van Justitie een vordering tot onttrekking aan het verkeer van de personenauto indient waarop de Rechtbank bij afzonderlijke beschikking dient te beslissen (art. 36b lid 1 onder 4°, Sr jo. 552f lid 2 Sv).

12. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid het bestreden vonnis ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis, voor wat betreft de verbeurdverklaring.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Vgl. HR 25 januari 2005, LJN AR7226, NS 2005, 51 voor een vergelijkbare overweging ingeval de verdachte van alle rechtsvervolging is ontslagen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NbSr 2013/187
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?