Nr. 12/04381
mr. Jörg
Zitting 21 januari 2014
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Bij arrest van 27 augustus 2012 is de verdachte door het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een veroordeling tot drie weken gevangenisstraf wegens diefstal.
2. Namens de verdachte heeft mr P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgedragen.
3. Het middel bevat de klacht dat de betekening van de dagvaarding in strijd met de wet heeft plaats gevonden en slaagt.
4. Het hof heeft, zo vermeldt het proces-verbaal van de terechtzitting op 27 augustus 2012, verstek verleend tegen de verdachte die blijkens de ID-staat van de Strafrechtsketendatabank ingeschreven stond op het adres Havenstraat 6 te Amsterdam. De dagvaarding is op 5 juli op dat adres uitgereikt aan een huisgenoot. Daarvan zijn er op dat adres nogal veel, want aldaar is gevestigd een onderdeel van de Penitentiaire Inrichting Amsterdam, zo leert mij de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
5. Art. 588 Sv bepaalt:
“De uitreiking geschiedt:a. aan hem wie in Nederland in verband met de strafzaak waarop de uit te reiken gerechtelijke mededeling betrekking heeft rechtens zijn vrijheid is ontnomen en aan hem wie in Nederland in andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen rechtens zijn vrijheid is ontnomen: in persoon."
6. De hier bedoelde regeling is het Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen. Art. 2 hiervan bepaalt in het eerste lid:
“De in artikel 588, eerste lid, onderdeel a, van de wet bedoelde uitreiking in persoon geschiedt mede ingeval aan een verdachte een dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting of nadere terechtzitting te verschijnen wordt betekend en aan deze persoon blijkens raadpleging van de strafrechtsketendatabank anders dan in verband met de strafzaak waarop de mededeling betrekking heeft, in Nederland rechtens zijn vrijheid is ontnomen dan wel aan deze persoon ingevolge een machtiging als bedoeld in artikel 28 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften in Nederland rechtens zijn vrijheid is ontnomen. Dit vereiste geldt niet indien de strafzaak wordt vervolgd voor de kantonrechter."
7. Nu de zaak niet werd vervolgd voor de kantonrechter had de dagvaarding hoe dan ook in persoon behoren te worden uitgereikt.
8. Aangezien het middel slaagt kan het arrest niet in stand blijven.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
De Procureur-Generaalbij de Hoge Raad der Nederlanden
Waarnemend A-G