2. Verdachte - vertolking van het gesprokene
(…)
Wijze van vertolking
Als het verhoor plaatsvindt met behulp van een tolk, wordt in beginsel de bijstand van een beëdigde tolk (een in het register ingeschreven tolk) ingeroepen, tenzij een beëdigde tolk niet (tijdig) beschikbaar is. In dat geval kan een tolk worden ingezet die niet staat ingeschreven in het register. Als een tolk wordt ingezet die niet staat ingeschreven in het register, wordt dit met redenen omkleed, schriftelijk vastgelegd.
De niet-ingeschreven tolk dient zo mogelijk voorafgaand aan zijn inzet een recente verklaring omtrent het gedrag dan wel een integriteitsverklaring over te leggen. Indien het vanwege de spoedeisendheid niet mogelijk is voorafgaand aan de inzet een verklaring omtrent het gedrag over te leggen geschiedt dit na de inzet.
Indien de verdachte en de verbalisant van oordeel zijn dat zij allebei een andere taal in voldoende mate beheersen en dat het verhoor in deze taal kan geschieden, wordt het verhoor in deze taal afgenomen. In het proces-verbaal wordt in dat geval gerelateerd dat het verhoor met instemming van de verdachte in een andere taal heeft plaatsgevonden. De verbalisant maakt bovendien gemotiveerd aantekening van zijn beheersing van de andere taal. Het kan de overtuiging ten goede komen als het relaas van het verhoor dat in deze andere taal heeft plaatsgevonden ook in deze taal in het proces-verbaal wordt opgenomen naast de in het Nederlands opgetekende verklaring.
(…)
4. Getuige/deskundige - vertolking/vertaling van het gesprokene
Voor de getuige of deskundige geldt dezelfde regeling als voor de verdachte, zij het dat dan het moment waarop vertolkt wordt van ondergeschikt belang is. Centrale vraag is of de getuige of deskundige de Nederlandse taal voldoende beheerst. Indien de getuige of deskundige de Nederlandse taal niet of slechts beperkt beheerst, kan in lijn met de regeling voor de verdachte, het verhoor plaats vinden in een andere taal of met behulp van een tolk.”
In zijn overwegingen zoals hiervoor onder 3.2 weergegeven heeft het Hof uiteengezet dat en waarom het van oordeel is dat de verklaring van de aangeefster niet behoeft te worden uitgesloten van het bewijs, ondanks dat zij is gehoord zonder bijstand van een tolk.
Het Hof heeft eerst vastgesteld dat de aangeefster zonder beëdigde tolk is gehoord in de Marokkaanse taal en dat het proces-verbaal in de Nederlandse taal is opgemaakt. Voorts heeft het Hof nog vastgesteld dat dat één van de verhorende verbalisanten, [verbalisant], heeft gerelateerd de Marokkaanse taal te spreken.
Wanneer geen gebruik wordt gemaakt van een beëdigde vertaler of -tolk, moet dit ingevolge het vierde lid van artikel 28 van de Wet beëdigde tolken en vertalers voorzien van een motivering schriftelijk worden vastgelegd. Dit biedt waarborg dat zorgvuldig met de afnameverplichting wordt omgegaan en biedt voorts duidelijkheid wie als tolk of vertaler heeft opgetreden. Het Hof overweegt dienaangaande dat in het proces-verbaal niet uitdrukkelijk verantwoording wordt afgelegd waarom van een beëdigde vertaler of tolk is afgezien, maar dat het gelet op het feit dat het verhoor van de aangeefster vijf minuten na de aanhouding op heterdaad van de verdachte aanving het in de gegeven omstandigheden niet onbegrijpelijk acht dat de politie kennelijk van oordeel is geweest dat het opnemen van de aangifte niet duldde dat het optreden van een beëdigde tolk werd afgewacht. Dat lijkt mij, nu vanuit het cassatieperspectief, evenmin onbegrijpelijk. Daarbij speelt de context van het optreden van de verhorende verbalisanten ook een rol. Het gaat om een geval van huiselijk geweld, waarbij de politie zo lijkt mij niet best kan wachten met het opnemen van de aangifte van het slachtoffer, omdat het gevaar van ‘undue influence’ vanuit de familiale omgeving op het slachtoffer reëel is.
Dat ook voor de verhorende verbalisant een rol kan zijn weggelegd wanneer niet van een beëdigde tolk of vertaler gebruik wordt gemaakt blijkt voorts uit de hierboven, onder 3.4. genoemde Aanwijzing, zoals deze van kracht was tijdens het verhoor van de aangeefster in deze zaak. Daarbij dient deze Aanwijzing, en meer in het bijzonder de hierboven geciteerde paragraaf 2.6 van de Aanwijzing naar het mij voorkomt als recht in de zin van artikel 79 RO te worden aangemerkt, omdat dit onderdeel zich naar inhoud en strekking ertoe leent als rechtsregel te worden toegepast. In het onderhavige geval waren zowel de aangeefster als de verhorende verbalisant kennelijk van oordeel dat zij allebei de Marokkaanse taal in voldoende mate beheersten. Het verhoor is ook in deze taal afgenomen, waarbij het proces-verbaal in de Nederlandse taal opgemaakt. In het proces-verbaal is weliswaar niet uitdrukkelijk vermeld dat met instemming van de aangeefster het verhoor in de Marokkaanse taal heeft plaatsgevonden. Maar die instemming kan dunkt mij worden afgeleid uit de gang van zaken en uit het feit dat de aangeefster haar verklaring zelf heeft ondertekend.
Het vorenstaande, mede bezien in het licht van de Aanwijzing, in aanmerking genomen, leidt ertoe dat het oordeel van het Hof geen blijk geeft van miskenning van artikel 28 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
Als laatste element in de overwegingen van het Hof komt de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster aan bod, waarbij het Hof oordeelt dat, mede gelet op het feit dat contra-indicaties door de verdediging niet zijn aangedragen, de weergave in het proces-verbaal van de in de Marokkaanse taal afgelegde verklaring voldoende betrouwbaar is en bruikbaar voor het bewijs. Ook dat oordeel lijkt mij niet onbegrijpelijk. Daarbij neem ik in ogenschouw dat niet is gebleken dat op enig moment in het strafgeding door de verdediging de wens te kennen is gegeven om de aangeefster als getuige te (doen) horen, om langs die weg de betrouwbaarheid van de eerder afgelegde verklaring ter discussie te stellen.
4. Het middel faalt.
5. Ambtshalve gronden die tot vernietiging aanleiding behoren te geven heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG