ECLI:NL:PHR:2014:713

ECLI:NL:PHR:2014:713, Parket bij de Hoge Raad, 13-06-2014, 14/02595

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 13-06-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/02595
Rechtsgebied Civiel recht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2014:1684
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Ontvankelijkheid. Cassatieverzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad, art. 426a lid 1 Rv.

Uitspraak

Deze zaak leent zich voor een verkorte conclusie.

1. De rechtbank Oost-Brabant heeft bij vonnis van 28 maart 2013 op verzoek van ABN AMRO Bank N.V. verzoekster tot cassatie (“[verzoekster]”) in staat van faillissement verklaard.

2. Bij vonnis van 17 maart 2014 heeft de rechtbank het verzoek van [verzoekster] om ex art. 15b Fw haar faillissement op te heffen en om te zetten in een schuldsaneringsregeling afgewezen. De rechtbank heeft daartoe ex art. 288 lid 1 sub b Fw overwogen dat niet aannemelijk is dat [verzoekster] ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van (een deel van) haar schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.

3. [verzoekster] is van laatstgenoemd vonnis van de rechtbank bij het hof ’s-Hertogenbosch in hoger beroep gekomen.

4. Bij arrest van 8 mei 2014 heeft het hof voornoemd vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

5. [verzoekster] is van voornoemd arrest bij verzoekschrift, op 16 mei 2014 bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen en dus tijdig, in cassatie gekomen.

6. Voornoemd verzoekschrift is ondertekend en ingediend door mr. S.M. Singh, advocaat te Amsterdam. Mr. Singh is echter geen advocaat bij de Hoge Raad. Het verzoekschrift voldoet dan ook niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, ingevolge welke bepaling beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, dat wordt getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit gebrek brengt in beginsel mee dat [verzoekster] in haar cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

7. Bij arrest van 10 juli 2009 heeft de Hoge Raad uitgemaakt dat het verzuim om in het verzoekschrift advocaat te stellen, kan worden hersteld doordat binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift, een advocaat bij de Hoge Raad een door hem getekend exemplaar van datzelfde verzoekschrift ter griffie indient. In dat geval zal als de dag waarop de zaak is aangebracht gelden de dag waarop het oorspronkelijke verzoekschrift is ingediend.

8. In casu heeft een medewerker van de griffie van de Hoge Raad op 20 mei 2014 telefonisch contact opgenomen met mr. Singh en haar op voornoemde herstelmogelijkheid gewezen. De termijn van twee weken na 16 mei 2014 is echter verstreken zonder dat herstel heeft plaatsgevonden, zodat [verzoekster] in haar cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

9. Gelet op het voorgaande ten overvloede merk ik op dat het cassatiemiddel niet voldoet aan de ingevolge art. 407 lid 2 Rv daaraan te stellen eisen, aangezien het nalaat met bepaaldheid en precisie te vermelden tegen welke oordelen van het hof het is gericht.

10. Ik concludeer tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

De procureur-generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Er is in cassatie geen dossier overgelegd. Slechts het verzoekschrift in cassatie en het bestreden arrest van het hof zijn bij de Hoge Raad ingediend. In dit verband wordt aan het eind van het verzoekschrift in cassatie vermeld dat het procesdossier nog steeds niet compleet is en verzoekt [verzoekster] de Hoge Raad om haar een termijn te gunnen voor het indienen van een akte overlegging nadere producties en eventueel een akte aanvulling gronden. HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0773. Naderhand bevestigd in HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ1009; HR 14 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7586; HR 27 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU9887; HR 7 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX6713; HR 14 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY2239; HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3710; HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:269. In het arrest van de Hoge Raad van 14 december 2012 is tevens uitgemaakt dat de eis van in cassatie wettelijk verplichte vertegenwoordiging van partijen door een advocaat bij de Hoge Raad ex art. 426a lid 1 Rv niet in strijd is met het Europese mededingingsrecht.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?