ECLI:NL:PHR:2015:2329

ECLI:NL:PHR:2015:2329, Parket bij de Hoge Raad, 10-11-2015, 14/02320

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 10-11-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/02320
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2015:3434
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001903

Samenvatting

Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. HR verklaart het beroep in cassatie, gezien art. 80a RO, n-o, nu verdachtes belang bij diens terecht voorgestelde klacht m.b.t. art. 359.3 tweede volzin, Sv niet evident is nu verdachte ttz. in h.b. het hem tlgld. kennelijk heeft bekend en dat het Hof het door de raadsman tot vrijspraak strekkende verweer gemotiveerd heeft verworpen en de schriftuur geen toelichting m.b.t. dit belang bevat.

Uitspraak

“Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de kwalificatie verbeterd leest, zodat deze komt te luiden ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen’ en in aanvulling op het vonnis het navolgende overweegt.

Bewijsoverweging

De verdachte heeft de deur van een locker zodanig verdraaid dat deze lockerdeur los kwam van de locker. Voorts heeft de verdachte een automatische deur dermate hard geopend dat het mechanisme van deze deur hierdoor kapot is gegaan. Ten slotte heeft de verdachte een deur zo hard opengesmeten dat daardoor een ruit is gebarsten. Door deze handelingen met een dergelijke mate van kracht te verrichten, heeft de verdachte naar het oordeel van het hof willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de bewuste goederen ernstig beschadigd zouden raken. Het hof is dan ook van oordeel dat de verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield. Dat de verdachte deze vernielingen heeft aangericht tijdens een woede-uitbarsting, zoals de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht, doet hier niet aan af.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.”

9. Artikel 359 Sv, dat ingevolge artikel 415 Sv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, luidt, voor zover hier relevant:

“(…)

3. De beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Voor zover de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend, kan een opgave van bewijsmiddelen volstaan, tenzij hij nadien anders heeft verklaard dan wel hij of zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit.

(…)

8. Alles op straffe van nietigheid.”

10. De politierechter heeft verzoeker aangemerkt als een bekennende verdachte en daarom in zijn vonnis volstaan met enkel een opgave van de bewijsmiddelen. Het Hof heeft het vonnis ook in dat opzicht bevestigd, zulks terwijl de raadsman in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit wegens het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet bij verzoeker.

11. Uit de bewoordingen van art. 359, zoals hierboven weergegeven, volgt dat het derde lid op straffe van nietigheid in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens de verdachte ter terechtzitting vrijspraak is bepleit. Dat betekent dat het Hof het vonnis van de politierechter niet had mogen bevestigen zonder aanvulling van de in art. 423, eerste lid, Sv bedoelde gronden, en dat het Hof ten onrechte heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De bewezenverklaring is daarom in zoverre ontoereikend gemotiveerd.

12. Hoewel het achtste lid van art. 359 Sv nietigheid verbindt aan de beslissing als bedoeld in het derde lid ingeval van een verzuim met betrekking tot het in de tweede volzin gegeven voorschrift, heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 1 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2460 duidelijk gemaakt dat een dergelijk verzuim evenwel niet altijd tot cassatie hoeft te leiden. Zo een uitzonderingsgeval doet zich voor indien er sprake is van “gebrek aan voldoende belang van verzoeker bij vernietiging van de bestreden uitspraak op dit punt en verwijzing”. Ik meen dat verzoeker met betrekking tot het tenlastegelegde feit ter terechtzitting in hoger beroep een stellige en ondubbelzinnige bekentenis heeft afgelegd. In aanmerking genomen dat in de schriftuur geen nadere toelichting is gegeven, valt niet in te zien welk rechtens te respecteren belang verzoeker heeft bij het alsnog weergeven van de inhoud van de desbetreffende, met nauwkeurigheid aangeduide, processen-verbaal, waarvan de korte inhoud hem ter terechtzitting in hoger beroep is voorgehouden.

13. Daaruit volgt dat het middel tevergeefs is voorgesteld.

14. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

15. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?