ECLI:NL:PHR:2016:360

ECLI:NL:PHR:2016:360, Parket bij de Hoge Raad, 05-04-2016, 15/02050

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 05-04-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/02050
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2016:866
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Aantekening mondeling arrest, art. 425.3 Sv en art. 3 onder h en j Regeling aantekening mondeling vonnis (Stcrt. 1996, 197). Het middel klaagt terecht dat ’s Hofs aantekening mondeling arrest noch een beslissing omtrent de strafbaarheid van verdachte noch een vermelding van de bijzondere redenen die de straf heeft bepaald bevat.

Uitspraak

3. Het eerste middel

Het middel klaagt dat het hof een als bewijsmiddel gebezigd proces-verbaal van politie heeft gedenatureerd, althans aan dit proces-verbaal een onbegrijpelijke uitleg heeft gegeven.

Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:

“hij op 26 september 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer gebruik heeft gemaakt van het openbaar vervoer, te weten een trein van de naamloze vennootschap Nederlandse Spoorwegen, zonder een hiervoor geldig vervoerbewijs.”

Als bewijsmiddel heeft het hof gebruikt:

“2. Een proces-verbaal van 11 december 2013, opgemaakt door buitengewoon opsporingsambtenaar [verbalisant]. Dit proces-verbaal houdt voor zover van belang en zakelijk weergegeven in als bevindingen van verbalisant:

Op 26 september 2013 voerde ik, hoofdconducteur bij NS Reizigers B.V. een vervoersbewijzencontrole uit in de voor een ieder openstaande reizigerstrein. Deze reed op dit tijdstip op het baanvak gelegen tussen de stopstations Schiphol en Leiden Centraal. Ik trof een reiziger aan, die mij desgevraagd niet een geldig een geldig vervoersbewijs toonde of overhandigde. De reiziger verklaarde niet in het bezit te zijn van een geldig vervoersbewijs en te zijn ingestapt op het station Amsterdam Centraal. Daarnaar gevraagd gaf hij mij op te zijn: [verdachte], geboren [geboortedatum] 1966 (het hof begrijpt: 1969) te [geboorteplaats] (het hof begrijpt: [geboorteplaats]). Deze gegevens zijn gecontroleerd aan de hand van een door de verdachte getoond rijbewijs. De verdachte is in de gelegenheid gesteld overeenkomstig artikel 48, lid 5 en 6 van het Besluit Personenvervoer 2000 de vervoerprijs te betalen, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt.”

Ten aanzien van een door de verdachte gevoerd verweer heeft het hof voorts overwogen:

“Bewijsverweer

De verdachte heeft het verweer gevoerd dat niet hij is aangehouden en dat mogelijk een ander zich voor hem heeft uitgegeven en dat die ander mogelijk een kopie van zijn paspoort ter identificatie heeft aangeboden.

Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

In het dossier bevinden zich een achttal processen-verbaal waarin wordt geverbaliseerd dat in de periode van juni tot en met oktober 2013 een reiziger die zich uitgeeft als [verdachte] zonder geldig vervoersbewijs in de trein is aangetroffen. Deze persoon legitimeert zich volgens deze processen-verbaal zevenmaal met een rijbewijs en eenmaal met een paspoort. Gelet hierop en hetgeen de verdachte hieromtrent heeft aangevoerd, is niet aannemelijk geworden dat in de twee tenlastegelegde gevallen een kopie van het rijbewijs van de verdachte is getoond. Nu de verdachte voorts geen verklaring heeft gegeven hoe in de twee tenlastegelegde gevallen een ander een op zijn naam gesteld rijbewijs heeft kunnen tonen, is het hof van oordeel dat met voldoende zekerheid is komen vast te staan dat de verdachte was die in de trein zat en zijn rijbewijs heeft getoond. Hieraan doet niet af dat in het proces-verbaal van 11 december 2013 een onjuist geboortejaar en een onjuiste geboorteplaats staan vermeld. Het hof ziet dit als een verschrijving.”

Voor zover het middel klaagt dat het hof dit proces-verbaal van politie heeft gedenatureerd door de daarin geverbaliseerde geboortedatum en -plaats van de verdachte te verbeteren, faalt het op de volgende grond. Er is sprake van denaturering indien het hof aan het relaas van de verbalisant een andere strekking heeft gegeven dan door hem is bedoeld. Het gaat hier om de vaststelling van de identiteit van de aangehouden persoon door de verbalisant. Dat de verbalisant in het proces-verbaal wel de naam, maar een andere geboortedatum en -plaats heeft opgenomen dan die van de verdachte, leidt niet slotsom tot de conclusie dat hij iemand anders dan de verdachte heeft aangehouden en dat de strekking van zijn relaas in die zin dus een ander is dan door het hof vastgesteld. Dat zulks, zoals de verdachte ter zitting heeft aangevoerd, wel het geval is, heeft het hof niet aannemelijk bevonden. Dit feitelijke oordeel van het hof acht ik - anders dan de steller van het middel-, gelet op de door het hof daarbij in aanmerking genomen feiten en omstandigheden, verder ook niet onbegrijpelijk. Het middel faalt.

4. Het tweede middel

Het middel klaagt dat het hof in zijn arrest - in strijd met het bepaalde in art. 3, aanhef en onder h en onder j, van de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197) – niet heeft beslist omtrent de strafbaarheid van de verdachte en ook niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die de opgelegde straffen hebben bepaald.

Het middel klaagt hierover terecht, nu het hof inderdaad geen beslissing heeft gegeven omtrent de strafbaarheid van de verdachte en ook niet de bijzondere redenen heeft opgegeven die tot de opgelegde geldboetes hebben geleid. Daardoor voldoet het arrest van het hof niet aan alle – telkens op straffe van nietigheid gegeven – eisen van de art. 358 en 359 Sv, ook niet in de bij wege van de voornoemde Regeling aantekening mondeling vonnis enz. toegestane, aangepaste vorm. Het middel slaagt.

5. Het eerste middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81, lid 1, RO bedoelde motivering.

6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor zover daarbij geen beslissing is genomen omtrent de strafbaarheid van de verdachte alsmede wat betreft de strafoplegging en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?