ECLI:NL:HR:2018:698

ECLI:NL:HR:2018:698, Hoge Raad, 15-05-2018, 15/00352

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 15-05-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/00352
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2018:449
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 5 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0008266

Samenvatting

Overtreding APV Den Haag. Ktr in Rb heeft in stempelvonnis eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf. Vonnis aangetekend op wijze als in wet voorzien? Art. 395.2 en 395a.1 Sv en art. 2 Regeling aantekening mondeling vonnis. Ktr heeft in het p-v van de tz. wat betreft de uitspraak volstaan met een verwijzing naar een gewaarmerkte aantekening a.b.i. art. 395a.1 Sv (stempelvonnis). In deze aantekening ontbreken o.m. gebezigde b.m. en andere gronden voor de bewezenverklaring. Vonnis Ktr voldoet aldus niet aan eisen van art. 395.2 Sv jo. art. 2 Regeling aantekening mondeling vonnis. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG maakt voorafgaande opmerkingen over ontvankelijkheid cassatieberoep: Omstandigheid dat Rb cassatie-akte niet onverwijld heeft opgemaakt, kan verdachte niet worden tegengeworpen.

Uitspraak

15 mei 2018

Strafkamer

nr. S 15/00352

DOo/EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Rechtbank Den Haag, sector Kanton, van 21 januari 2015, nummer 96/228549-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel klaagt dat het vonnis van de Kantonrechter niet is aangetekend op de wijze als in de wet voorzien.

Het procesverloop in deze zaak is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 9. De voor de beoordeling van het middel van belang zijnde stukken van het geding zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 14 en 15.

Samengevat gaat het in deze zaak om het volgende. De Kantonrechter in de Rechtbank Den Haag heeft bij - op tegenspraak gewezen - vonnis van 21 januari 2015 de eerder tegen de verdachte uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en de verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf ter zake een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening Den Haag 2013. Tegen dit vonnis – waartegen op grond van art. 404, tweede lid aanhef en onder a, Sv geen hoger beroep openstaat – is door de verdachte tijdig beroep in cassatie ingesteld. De Kantonrechter heeft in het proces-verbaal van de terechtzitting wat betreft de uitspraak volstaan met een verwijzing naar een gewaarmerkte aantekening als bedoeld in art. 395a, eerste lid, Sv (een zogenoemd stempelvonnis). In deze aantekening ontbreken – onder meer – de gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring.

Het vonnis van de Kantonrechter voldoet aldus niet aan de eisen van art. 395, tweede lid, Sv in verbinding met art. 2 Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling van strafzaken in hoger beroep. Het middel klaagt daarover terecht.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar de Rechtbank Den Haag, sector Kanton, opdat de zaak op de oproeping als bedoeld in art. 257f Sv opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 mei 2018.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2018/604 SR-Updates.nl 2018-0210
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?