19. Het eerste middelslaagt.
20. Het tweede middel klaagt dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat er sprake is van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ten aanzien van de in zaak B onder 2 primair bewezen verklaarde diefstal.
21. Ten aanzien van de verdachte is – met betrekking tot zaak B onder 2 primair – bewezen verklaard dat:
“hij op een tijdstip in de periode van 27 juli 2014 tot en met 6 augustus 2014 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Audi, kleur zwart, toebehorende aan [betrokkene 3] ”
22. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“14. Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL133G-2014186302-1 van 30 juli 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] . (doorgenummerde pagina’s 1 e.v.)
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 juli 2014 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 3]:
Ik wil aangifte doen van diefstal van mijn auto die plaatsvond op 27 juli 2014 te Amsterdam. Toen ik buiten kwam zag ik dat mijn auto weg was. Ik ben toen na gaan denken en bedacht mij toen dat mijn autosleutels in mijn tas zaten welke was weggenomen.
Bijlage goederen
Voertuig: personenauto
Merk: Audi
Kleur: Zwart
Kenteken: [AA-00-AA]
15. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL134H-2014186302-5 van 6 augustus 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] . (doorgenummerde pagina’s 10 e.v.)
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Op 6 juli 2014 (het hof begrijpt: op 6 augustus 2014) bevonden wij ons te Amsterdam. Daar hoorden wij dat er een gestolen personenauto door de ANPR camera was gesignaleerd te Amsterdam. De personenauto van het merk Audi, zwart van kleur, voorzien van het kenteken [AA-00-AA] .
Diezelfde dag reden wij op de Delflandlaan. Wij sloegen rechts af de Rijswijkstraat in. Daar zagen wij aan de rechterkant een personenauto, van het merk Audi, zwart van kleur, voorzien van kenteken [AA-00-AA] . Ik, [verbalisant 3] , ben uitgestapt en heb direct tegen de bestuurder gezegd: “Politie, handen op het stuur.” De bestuurder bleek later genaamd te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] .
16. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 1 september 2015.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik heb een paar dagen in de auto gereden, voordat ik werd aangehouden.”
23. Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring van de diefstal het volgende overwogen:
“De raadsvrouw van de verdachte heeft zich ten aanzien van het in zaak B onder 2 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde - kort en zakelijk samengevat - op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken, nu verdachte de auto naar de politie wilde brengen en aldus niet het oogmerk had om zich de auto wederrechtelijk toe te eigenen. De verdachte heeft zich evenmin schuldig kunnen maken aan heling van de auto, aangezien hij niet kon weten dat de auto van diefstal afkomstig was. Hij zou zich hoogstens aan joyriding hebben schuldig gemaakt, maar dat is niet tenlastegelegd, aldus de raadsvrouw.
Het hof verwerpt het verweer en overweegt hiertoe als volgt.
Het hof gaat, mede op grond van de verklaring van de verdachte, ervan uit dat hij op enig moment de beschikking heeft gehad of gekregen over de contactsleutel van de desbetreffende auto en dat hij op enig moment die contactsleutel heeft gebruikt om met die auto weg te rijden. De verdachte heeft zich naar zijn eigen verklaring meerdere dagen, gerekend vanaf die wegneming, als heer en meester over deze auto gedragen en deze voor zijn eigen doeleinden gebruikt. Deze wegnemingshandeling kan in strafrechtelijke zin niet anders worden geduid dan dat deze is geschied met het oogmerk van wederrechtelijke toe- eigening. Het hof gaat voorbij aan de verklaring van de verdachte dat hij voornemens was de auto naar de politie te brengen nu het hof deze verklaring niet geloofwaardig acht. Het is uiteindelijk de politie die de verdachte in de auto heeft aangetroffen acht dagen nadat de auto was verdwenen uit de straat waar de eigenaresse deze voor het laatst had geparkeerd.”
24. De steller van het middel voert aan dat het hof is uitgegaan van het scenario dat de verdachte op enig moment de beschikking heeft gekregen over de autosleutel en dat hij deze op enig moment heeft gebruikt om de auto weg te nemen. Dit scenario zou echter de mogelijkheid open laten dat de verdachte ten tijde van dit wegnemen niet het oogmerk heeft gehad om zich de auto wederrechtelijk toe te eigenen, waardoor het hof het oogmerk van de wederrechtelijke toe-eigening niet toereikend heeft gemotiveerd. Wat dan wél het oogmerk van de verdachte zou zijn geweest, wordt in de schriftuur evenwel in het midden gelaten. Het hof heeft in dit kader de verklaring van de verdachte dat hij de autosleutel had gevonden en voornemens was de auto terug te brengen naar de politie als ongeloofwaardig terzijde geschoven en geoordeeld dat “deze wegnemingshandeling in strafrechtelijke zin niet anders [kan] worden geduid dan dat deze is geschied met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.”. Deze overweging van het hof is in het licht van de gebruikte bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. Het middel kan dan ook niet slagen.
25. Het tweede middelfaalt.
26. Het eerste middel slaagt en het tweede middel kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.
27. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
28. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG