KWALIFICATIE:
art 2:47 lid 1 ahf/sub a Algemene Plaatselijke verordening Den Haag 2013
GEPLEEGD:
02 juni 2014
BESLISSING;
De kantonrechter vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking, en beslist als volgt.
Schuldigverklaring zonder oplegging van straf
De kantonrechter"
16. Het vonnis is op tegenspraak gewezen. Voorts is tegen dit vonnis tijdig alsmede binnen drie maanden na het vonnis een rechtsmiddel aangewend, zodat zich niet voordoet het uitzonderingsgeval als bedoeld in art. 395 lid 2 onder c Sv. Daarom had het vonnis op grond van art. 395 lid 2 aanhef en onder c Sv moeten worden aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting op de wijze als bepaald in de eerder aangehaalde door de Minister gegeven Regeling aantekening mondeling vonnis.
17. Het middel klaagt hierover terecht, nu de - met miskenning van de te dezen geldende wettelijke voorschriften gedane - aantekening van het mondeling vonnis niet inhoudt de gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring en de beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte. Daardoor voldoet het vonnis van de rechtbank niet aan alle – telkens op straffe van nietigheid gegeven – eisen van de art. 358 en 359 Sv, ook niet in de bij wege van de voornoemde Regeling aantekening mondeling vonnis enz. toegestane, aangepaste vorm. Het middel slaagt.
18. Nu het eerste middel slaagt behoeft het tweede middel geen bespreking.
19. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden