PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 15/03277 B
Zitting 15 juni 2021
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[de beslagene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de beslagene.
1. Het cassatieberoep
De rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 7 juli 2015 de vordering van de officier van justitie ex art. 552f Sv strekkende tot onttrekking aan het verkeer van een personenauto van het merk Volkswagen, type Golf, voorzien van het kenteken [kenteken] , toegewezen.
Er bestaat samenhang met de zaak 15/03278. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de beslagene. Mr. M.D. Rijnsburger, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld dat zich richt tegen het niet toekennen van een geldelijke compensatie als bedoeld in art. 33c lid 2 en 3 Sr jo. art. 36b lid 2 Sr.
2. Ambtshalve beoordeling van de beschikking
Uit de beschikking van de rechtbank blijkt dat de vordering van de officier van justitie tot verbeurdverklaring op 23 juni 2015 in raadkamer is behandeld.
Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich slechts de bestreden beschikking, de akte cassatie en naar aanleiding van herhaalde verzoeken van de zijde van de Hoge Raad, een brief van de rechtbank waaruit moet worden opgemaakt dat de (overige) processtukken in het ongerede zijn geraakt. Daardoor is (ook) niet meer vast te stellen òf er wel een proces-verbaal van de behandeling in raadkamer is opgemaakt.
Over het ontbreken bij de stukken van het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer wordt in cassatie niet geklaagd.
Volgens art. 25 lid 1 Sv, moet van het onderzoek door de raadkamer door de griffier een proces-verbaal worden opgemaakt met daarin de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en hetgeen verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Deze bepaling bevat tevens voorschriften over de inrichting, vaststelling en ondertekening van dat proces-verbaal en de voeging ervan bij de processtukken. Het is vaste rechtspraak dat het ontbreken van een dergelijk proces-verbaal betrekking heeft op een zo wezenlijke vorm van de raadkamerprocedure dat het nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking meebrengt, waartoe de Hoge Raad ook ambtshalve kan besluiten. Dit klemt te meer, nu in het onderhavige geval het ontbreken van het proces-verbaal tot gevolg heeft dat het in cassatie voorgestelde middel niet naar behoren kan worden onderzocht.
3. Conclusie
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Den Haag opdat de zaak op de vordering tot onttrekking aan het verkeer opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG