ECLI:NL:PHR:2024:647

ECLI:NL:PHR:2024:647, Parket bij de Hoge Raad, 25-06-2024, 22/04776

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 25-06-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/04776
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2024:1387
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941

Samenvatting

Conclusie AG. Aanhoudingsverzoek i.v.m. aanwezigheidsrecht, omdat verdachte wegens ziekte is verhinderd. AG somt (niet uitputtend) op welke factoren een rol kunnen spelen bij in voorkomende gevallen te maken belangenafweging. Afwijzing door hof o.g.v. oordeel dat reden van verhindering niet aannemelijk is en o.g.v. belangenafweging ontoereikend gemotiveerd. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing (samenhang met 22/04777).

Uitspraak

Nummer22/04776

Zitting 25 juni 2024

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte.

Inleiding

Het middel

4. Het middel klaagt over de afwijzing door het hof van een verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.

5. Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 december 2022 houdt in verband met het aanhoudingsverzoek het volgende in:

“De verdachte, genaamd:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Als raadsvrouw van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. G.L.P. Biesmans, advocaat te Maastricht, die verklaart niet uitdrukkelijk door de verdachte gemachtigd te zijn de verdediging te voeren. De voorzitter deelt mede dat de strafzaak tegen de verdachte gelijktijdig, maar niet gevoegd, zal worden behandeld met de eveneens ter terechtzitting van heden aangebrachte strafzaak onder parketnummer 20-000785-21 tegen de verdachte.

De raadsvrouw geeft te kennen:

Cliënt weet van deze zitting. Ik heb bij e-mailbericht van 30 november 2022 het hof verzocht om het onderzoek ter terechtzitting aan te houden in het belang van de verdediging, nu cliënt gebruik wil maken van zijn aanwezigheidsrecht en momenteel wegens ziekte is verhinderd om de zitting bij te wonen. Zoals u kunt zien in de bijlagen bij mijn e-mail heeft hij mij geappt dat hij ziek is. Ik heb van de strafgriffie van het gerechtshof gehoord dat er een medische verklaring nodig is. Cliënt heeft gebeld met de huisartsenpost, maar kon er niet terecht omdat het al vol zat. Ik heb het ook geprobeerd, maar het is niet gelukt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het feit dat er geen doktersverklaring is, op zich geen reden is om het aanhoudingsverzoek af te wijzen. Het is de vraag of de doktersverklaring er in redelijkheid nog kan komen. De verdediging heeft er alles aan gedaan om de doktersverklaring te verkrijgen. Ik handhaaf het aanhoudingsverzoek. Cliënt zegt uitdrukkelijk dat hij ter terechtzitting aanwezig wil zijn.

De voorzitter deelt mede:

De zaak is eerder aangehouden op de terechtzitting van 13 juni 2022. Toentertijd was de verdachte ziek en had hij griep. U, raadsvrouw, zegt in uw mail van 30 november 2022 dat hij doodziek op bed ligt. Wat heeft hij?

De raadsvrouw geeft te kennen:

Cliënt is vorige week langsgekomen op mijn kantoor voor een bespreking. Hij hoestte en kuchte toen. Ik denk dat hij met koorts in bed ligt, maar ik weet het niet. Als cliënt zegt dat hij doodziek is en griep heeft, dan vind ik dat niet gek gelet op het hoesten en dergelijke vorige week tijdens de bespreking.

De voorzitter deelt mede:

Dat hij koorts en griep heeft lijkt dan uw invulling, want er staat niets over in de appjes die zijn gevoegd bij uw e-mailbericht van 30 november 2022.

De raadsvrouw geeft te kennen:

Dat klopt, maar cliënt is een magere en smalle man.

De advocaat-generaal deelt mede:

Wat is de woonsituatie van de verdachte op dit moment? Wordt hij ergens verzorgd?

De raadsvrouw geeft te kennen:

Cliënt heeft geen vast woonadres. Hij verblijft bij vrienden. U, advocaat-generaal, vraagt mij of zijn vrienden nu dan de zorg voor cliënt hebben. Ik denk het. Cliënt woont niet bij zijn vriendin. De relatie is ten einde.

De oudste raadsheer deelt mede:

Op de vorige zitting is door de verdediging om precies dezelfde reden om aanhouding gevraagd, zo is te lezen in het aanhoudingsverzoek van de raadsvrouw van de vorige keer.

De advocaat-generaal deelt mede:

Het gebeurt dat mensen ziek zijn en dan is een medische verklaring nodig of een briefje van iemand in de omgeving. Dat is er allemaal niet. De vorige keer is het hof afgeweken van het aanhoudingsprotocol en heeft de zaak toen aangehouden. Nu is er hetzelfde verzoek, maar geen enkele informatie over wat de verdachte heeft. De raadsvrouw heeft ook niet meer klaarheid gegeven. Ik vraag het hof het aanhoudingsverzoek af te wijzen.

De raadsvrouw geeft te kennen:

Ik kan naar buiten gaan en meer informatie opvragen. Als cliënt zegt dat hij doodziek op bed ligt, ga ik daar vanuit en ga ik hem niet steeds appen.

Het hof onderbreekt daartoe het onderzoek voor korte tijd. Het onderzoek wordt hervat.

De raadsvrouw geeft te kennen:

Ik heb cliënt niet gesproken. Ik kreeg geen reactie van hem.

De voorzitter deelt als beslissing van het hof het navolgende mede:

Het hof heeft zich zojuist tijdens de onderbreking beraden. Het hof acht het niet aannemelijk dat de verdachte ziek is en daarom vandaag niet ter terechtzitting is kunnen verschijnen. Er staat in zijn appjes niet wat hij heeft waardoor hij niet ter zitting zou kunnen verschijnen. Er zijn geen nadere (medische) stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn standpunt. Deze stukken zijn door de raadsvrouw niet ingebracht na haar contact met de strafgriffie van het gerechtshof en zijn ook niet gekomen tijdens de onderbreking van de zitting van vandaag. Evenmin blijkt dat de verdachte contact heeft gehad met de huisartsenpost en dat deze vol zat. Bij de afweging tussen de belangen van de verdachte enerzijds en het belang van een voortvarende procesafdoening anderzijds, is het hof van oordeel dat het belang van een voortvarende procesafdoening thans prevaleert gelet op de omstandigheden dat de zaak al een keer eerder is aangehouden, er een benadeelde partij in de zaak is betrokken en de verdachte niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij wegens ziekte niet in staat was ter zitting te verschijnen. Het aanhoudingsverzoek wordt om die reden afgewezen.”

6. In het algemeen en kort samengevat gelden op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad de volgende regels voor de beslissing van de rechter op een door of namens de verdachte in verband met het aanwezigheidsrecht gedaan verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting. De rechter moet eerst nagaan (i.) of aan het aanhoudingsverzoek concreet een omstandigheid ten grondslag is gelegd. Als zo’n omstandigheid niet is aangevoerd, kan het verzoek om die reden worden afgewezen. Als zo’n omstandigheid wel is aangevoerd, kan de rechter nagaan (ii.) of de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is. Nadat zo nodig gelegenheid is geboden voor nadere toelichting of het overleggen van bewijsstukken, kan de rechter het verzoek afwijzen op de grond dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is. Indien de rechter niet tot het oordeel komt dat die omstandigheid niet aannemelijk is, dient hij (iii.) een afweging te maken tussen het belang van de verdachte bij het kunnen uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht en, kort gezegd, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige berechting. Van die afweging, waarbij de aan het verzoek tot aanhouding ten grondslag gelegde gronden moeten worden betrokken, dient de rechter in geval van afwijzing van het aanhoudingsverzoek blijk te geven in de motivering van zijn beslissing.

7. Over de onder ii. genoemde grond voor afwijzing van een verzoek tot aanhouding heeft de Hoge Raad in het bijzonder het volgende overwogen:

“In de regel mag van de verdachte of diens raadsman worden gevergd dat hij ter staving van het verzoek (alsnog) de gegevens verstrekt die de rechter met het oog op de te nemen beslissing noodzakelijk acht. Indien de rechter de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheden niet zonder meer aannemelijk acht, kan hij gevolgen verbinden aan de omstandigheid dat het verzoek onvoldoende door bewijsstukken is gestaafd en/of aan zijn verlangen tot aanvulling niet (genoegzaam) is voldaan.

Voor het oordeel dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is, volstaat evenwel niet steeds de vaststelling dat die omstandigheid onvoldoende is onderbouwd. Het is immers mede afhankelijk van de aard van de aangevoerde reden — in het bijzonder of het gaat om een zich onverwacht aandienende omstandigheid, bijvoorbeeld verband houdend met ziekte van de verdachte — of, alvorens wordt beslist op het verzoek, gelegenheid dient te worden geboden het verzoek van een nadere toelichting te voorzien en/of op een later moment (alsnog) bewijsstukken over te leggen. Opmerking verdient evenwel dat de rechter het bieden van die gelegenheid en het nemen van een beslissing omtrent de aannemelijkheid van de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid achterwege kan laten op grond van zijn oordeel dat hetgeen is aangevoerd — ware het juist — in de hierna weer te geven afweging van belangen niet tot toewijzing van het verzoek leidt.

Nadat in voorkomende gevallen gelegenheid is geboden voor nadere toelichting of het overleggen van bewijsstukken, kan de rechter het verzoek reeds — dat wil zeggen: zonder dat tot de hierna weer te geven afweging van belangen wordt overgegaan — afwijzen op de grond dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is.”

8. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad leid ik af dat bij de onder iii. bedoelde belangenafweging in ieder geval de volgende factoren een rol kunnen spelen:

i. het procesverloop, de duur van de procedure en de ouderdom van het tenlastegelegde;

ii. het gewicht van de zaak (bijvoorbeeld gelet op het tenlastegelegde en/of de in eerste aanleg opgelegde straf);

iii. de aanwezigheid van een gemachtigd raadsman of raadsvrouw die namens de verdachte verweer kan voeren;

iv. of de verdachte zijn visie op de zaak in de betreffende fase van het proces anderszins naar voren heeft gebracht;

v. de aanwezigheid van de verdachte via videoconferentie (art. 131a Sv);

vi. de betrokkenheid (en eventuele aanwezigheid) van benadeelde partijen en/of slachtoffers en het belang dat zij hebben bij een spoedige afdoening van de zaak;

vii. de aard van de aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag gelegde omstandigheid (de reden van afwezigheid/verhindering);

viii. op welke termijn berechting van de verdachte in diens aanwezigheid wel mogelijk zal zijn (en in dat verband in hoeverre aanknopingspunten bestaan dat de verdachte na aanhouding ter terechtzitting zal verschijnen).

9. Voor de situatie waarin als reden voor het aanhoudingsverzoek is gegeven dat de verdachte wegens ziekte verhinderd is heeft de Hoge Raad verder nog de volgende aanvullende, bijzondere, regels gegeven:

“In het specifieke geval dat de verdachte wegens ziekte is verhinderd op de terechtzitting te verschijnen en in verband daarmee schorsing van het onderzoek heeft verzocht of doen verzoeken, voldoet de rechter aan dit verzoek teneinde de verdachte alsnog de gelegenheid te geven bij de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting aanwezig te zijn. Bijzondere omstandigheden kunnen echter meebrengen dat de rechter tot het oordeel komt dat het belang van een behoorlijke strafvordering - welke omvat de afdoening van de zaak binnen een redelijke termijn - ernstig in het gedrang zou komen, indien het onderzoek op de terechtzitting zou worden geschorst en dat dit belang onder de gegeven omstandigheden zwaarder moet wegen dan het belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak tegenwoordig te zijn. (Vgl. HR 9 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5730,NJ 2002/466.)”

10. In de nu voorliggende zaak heeft de (niet gemachtigde) raadsvrouw ter terechtzitting om aanhouding verzocht omdat de verdachte wegens ziekte was verhinderd. Verder heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat de verdachte haar een dag eerder had geappt dat hij ‘doodziek’ was en dat hij net de huisartsenpost had gebeld. Omdat deze vol zat, kon de verdachte geen doktersverklaring krijgen. Ook de raadsvrouw had de huisartsenpost gebeld, maar eveneens zonder succes.

11. Het hof heeft de afwijzing van het verzoek (onder meer) laten steunen op het oordeel dat de ziekte van de verdachte niet aannemelijk was. In dat verband heeft het hof overwogen dat de verdachte in zijn appjes naar de raadsvrouw niet heeft omschreven wat zijn ziekte precies inhield. Daarnaast heeft het hof van belang geacht dat er geen nadere (medische) stukken waren overgelegd ter onderbouwing van de ziekte of van de stelling dat de verdachte de huisartsenpost zou hebben gebeld, ook niet nadat de raadsvrouw daarvoor de gelegenheid had gekregen tijdens de onderbreking van het onderzoek ter terechtzitting.

12. Heeft het hof hiermee toereikend gemotiveerd dat de aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is geworden? De verdachte had een dag van tevoren aan de raadsvrouw doorgegeven dat hij doodziek was. Nu de verdachte daarbij niet aangaf wat zijn ziekte precies inhield, bleek niet zonder meer dat sprake was van een zich onverwacht aandienende omstandigheid. Gelet op het late bericht en de aard van de omstandigheid (ziekte), ligt dat wel voor de hand. Bij die stand van zaken is het feit dat geen medische stukken zijn overgelegd onvoldoende om tot de conclusie te komen dat de reden van verhindering niet aannemelijk is geworden. Het hof heeft geen aandacht besteed aan de vraag of van de verdachte in redelijkheid kon worden verwacht dat hij medische stukken aanleverde, terwijl de raadsvrouw heeft aangevoerd dat zowel de verdachte als zij tevergeefs hebben getracht contact te krijgen met de huisartsenpost. Het oordeel van het hof dat niet aannemelijk was dat de verdachte ziek was, is al met al niet zonder meer begrijpelijk. Dat de raadsvrouw de gelegenheid heeft gekregen nadere informatie in te winnen bij de verdachte maakt dat, in het licht van het voorgaande, niet anders.

13. Het hof heeft zijn afwijzende beslissing daarnaast laten steunen op een belangenafweging. Het hof heeft overwogen dat een voortvarende procesafdoening prevaleert boven de belangen van de verdachte. Daarin heeft het hof alleen (kenbaar) meegenomen dat de zaak al een keer eerder was aangehouden en dat er een benadeelde partij is betrokken in het proces. Deze omstandigheden lijken mij onvoldoende om de (verstrekkende) conclusie te kunnen dragen dat het belang van een behoorlijke strafvordering ernstig in het gedrang zou komen bij een herhaalde aanhouding, voor zover die conclusie al ligt besloten in de overwegingen van het hof.

14. Op grond van het voorgaande concludeer ik dat het hof de beslissing tot afwijzing van het verzoek tot aanhouding ontoereikend heeft gemotiveerd.

Slotsom

15. Het middel slaagt.

16. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

17. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?