ECLI:NL:PHR:2024:932

ECLI:NL:PHR:2024:932, Parket bij de Hoge Raad, 17-09-2024, 22/02408

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 17-09-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/02408
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2024:1408
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Conclusie AG. Schuldwitwassen (art. 420quater Sr). Middel klaagt terecht over de niet-inachtneming van de dagvaardingstermijn in hoger beroep (art. 413 lid 1 jo. 265 lid 3 Sv). Conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 22/02408

Zitting 17 september 2024

CONCLUSIE

T.N.B.M. Spronken

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

hierna: de verdachte

1. Het cassatieberoep

De enkelvoudige kamer van het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 25 mei 2022 het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 27 juli 2021 bevestigd. In dit vonnis was de verdachte wegens schuldwitwassen veroordeeld tot een geldboete van 400 euro, subsidiair 8 dagen hechtenis. Daarnaast had de politierechter de vordering van de benadeelde partij toegewezen, een en ander zoals nader in de aantekening mondeling vonnis omschreven.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. T. Arkesteijn, advocaat te Rotterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld dat betrekking heeft op het niet in acht nemen van de in art. 413 lid 1 Sv voorgeschreven dagvaardingstermijn.

2. Het middel

Het middel klaagt dat de in art. 413 lid 1 Sv voorgeschreven termijn tussen de dag waarop de dagvaarding is betekend en de dag van de terechtzitting niet in acht is genomen, zodat het hof het onderzoek ter terechtzitting had moeten schorsen.

Uit de stukken van het geding kan worden afgeleid dat de dagvaarding voor de zitting in hoger beroep op 19 mei 2022 op het BRP-adres van de verdachte ( [a-straat 1] te [geboorteplaats] ) is uitgereikt aan [betrokkene 1] , die heeft beloofd de brief onmiddellijk aan de geadresseerde te geven. De zitting in hoger beroep heeft plaatsgevonden op 25 mei 2022. Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat de verdachte niet op de zitting is verschenen. De raadsman van de verdachte, mr. R. van den Boogert, is wel verschenen en heeft ter terechtzitting medegedeeld dat hij niet door de verdachte uitdrukkelijk is gemachtigd de verdediging te voeren. Het hof heeft vervolgens verstek verleend tegen de niet-verschenen verdachte.

Art. 413 lid 1 Sv schrijft voor dat tussen de dag waarop de dagvaarding aan de verdachte is betekend en de dag van de terechtzitting een termijn van tenminste tien dagen moet zijn verlopen. Wanneer deze dagvaardingstermijn niet in acht is genomen, de verdachte niet is verschenen en de verdachte evenmin toestemming heeft gegeven tot verkorting van deze termijn, moet de rechter het onderzoek schorsen. Dit blijkt uit art. 265 lid 3 Sv, welke bepaling in art. 413 lid 1 Sv van overeenkomstige toepassing is verklaard.

Tussen de dag van de rechtsgeldige uitreiking van de dagvaarding aan [betrokkene 1] op 19 mei 2022 en de dag van de terechtzitting op 25 mei 2022 zijn geen tien dagen verstreken, zoals voorgeschreven in art. 413 lid 1 Sv. De verdachte is niet op de terechtzitting verschenen en uit de stukken van het geding blijkt niet dat de verdachte heeft ingestemd met een verkorting van de dagvaardingstermijn. Het hof had het onderzoek ter terechtzitting dus moeten schorsen. Dit zou slechts anders zijn geweest indien de raadsman op de voet van art. 279 Sv door de verdachte tot de verdediging zou zijn gemachtigd. In dat geval hoeft de rechter het onderzoek niet te schorsen tenzij de gemachtigde raadsman uitstel verzoekt op de grond dat de verdachte ter terechtzitting aanwezig wenst te zijn en/of op de grond dat uitstel is geboden in het belang van (de voorbereiding) van de verdediging. Een verzoek tot uitstel vanwege de uitoefening van het aanwezigheidsrecht kan niet worden afgewezen. Een verzoek tot uitstel in het belang van (de voorbereiding) van de verdediging kan slechts worden afgewezen als de rechtbank van oordeel is dat de verdachte redelijkerwijs niet in zijn verdediging kan worden geschaad als het onderzoek wordt voortgezet. Maar zoals gezegd, deze situatie doet zich in onderhavige zaak niet voor.

3. Slotsom

Het middel is terecht voorgesteld. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?